paardensprong
zelfstandig naamwoord ˈpardə(n)ˌsprɔŋBetekenis
- een zet die een paard bij het schaken mag maken: twee vakjes horizontaal of vertikaal gevolgd door één hokje loodrecht op de voorgaande richting
- moeilijke, onnatuurlijke noodsprong
- een sprong door een paard gemaakt
- taalspel waarbij men een woord moet maken van de 8 randletters van een 3x3 vierkant die men d.m.v. een paardensprong met elkaar verbindt
Hoe spreek je paardensprong uit?
/ˈpardənˌsprɔŋ/
Paardensprong bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| a | maan |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| s | sok |
| ɔ | bot |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paardensprongen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van paard zn en sprong zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van paardensprong
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paardensprongen | meervoud | paardensprong |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paardensprong zijn vastgelegd.