spelden
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈspɛldə(n)Betekenis
- met spelden vastzetten
Hoe spreek je spelden uit?
/ˈspɛldən/
Spelden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van spelden
speldenhele werkwoord — spelddeverleden tijd enkelvoud — spelddenverleden tijd meervoud — gespeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | speld | speldde |
| jij | speldt | speldde |
| hij, zij, het | speldt | speldde |
| wij | spelden | speldden |
| jullie | spelden | speldden |
| zij | spelden | speldden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gespeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gespeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gespeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gespeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gespeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gespeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gespeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gespeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gespeld | verleden tijd, deelwoord |
| gespeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gespeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gespeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gespeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gespeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gespeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gespeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gespeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gespeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gespeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gespeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| speld | gebiedende wijs |
| speldde | verleden tijd |
| spelde | aanvoegende wijs |
| speldend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gespeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te spelden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen spelden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gespeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gespeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gespeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gespeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gespeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gespeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gespeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gespeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gespeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gespeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gespeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gespeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gespeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gespeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen spelden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gespeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van spellen
Vervoeging van spelden
speldenhele werkwoord — spelddeverleden tijd enkelvoud — spelddenverleden tijd meervoud — gespeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | speld | speldde |
| jij | speldt | speldde |
| hij, zij, het | speldt | speldde |
| wij | spelden | speldden |
| jullie | spelden | speldden |
| zij | spelden | speldden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gespeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gespeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gespeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gespeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gespeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gespeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gespeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gespeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gespeld | verleden tijd, deelwoord |
| gespeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gespeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gespeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gespeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gespeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gespeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gespeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gespeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gespeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gespeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gespeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gespeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| speld | gebiedende wijs |
| speldde | verleden tijd |
| spelde | aanvoegende wijs |
| speldend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gespeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te spelden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen spelden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gespeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gespeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gespeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gespeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gespeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gespeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gespeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gespeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gespeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gespeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gespeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gespeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gespeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gespeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gespeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gespeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gespeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt spelden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gespeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gespeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gespeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen spelden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gespeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gespeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gespeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult spelden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord speld
Woordfamilie van spelden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speldde | verleden tijd | spelden |
| speldden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | spelden |
| speldend | onvoltooid deelwoord | spelden |
| speldende | woordvorm | spelden |
| speldt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | spelden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spelden zijn vastgelegd.