Naar de inhoud

spelden

met spelden vastzetten

spelden is meer dan één woord

spelden

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈspɛldə(n)

Betekenis

  1. met spelden vastzetten

Hoe spreek je spelden uit?

/ˈspɛldən/

Spelden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈspɛldən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
p pak
ɛ bed
l land
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van spelden

speldenhele werkwoord — spelddeverleden tijd enkelvoud — spelddenverleden tijd meervoud — gespeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik speld speldde
jij speldt speldde
hij, zij, het speldt speldde
wij spelden speldden
jullie spelden speldden
zij spelden speldden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gespeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gespeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gespeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gespeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gespeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gespeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gespeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gespeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gespeld verleden tijd, deelwoord
gespeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
speld gebiedende wijs
speldde verleden tijd
spelde aanvoegende wijs
speldend onvoltooid, deelwoord
te hebben gespeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te spelden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen spelden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gespeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gespeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gespeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gespeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gespeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen spelden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gespeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van spellen

Vervoeging van spelden

speldenhele werkwoord — spelddeverleden tijd enkelvoud — spelddenverleden tijd meervoud — gespeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik speld speldde
jij speldt speldde
hij, zij, het speldt speldde
wij spelden speldden
jullie spelden speldden
zij spelden speldden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gespeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gespeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gespeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gespeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gespeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gespeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gespeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gespeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gespeld verleden tijd, deelwoord
gespeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
speld gebiedende wijs
speldde verleden tijd
spelde aanvoegende wijs
speldend onvoltooid, deelwoord
te hebben gespeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te spelden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen spelden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gespeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gespeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gespeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gespeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gespeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt spelden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen spelden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gespeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult spelden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord speld

Woordfamilie van spelden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
speldde verleden tijd spelden
speldden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon spelden
speldend onvoltooid deelwoord spelden
speldende woordvorm spelden
speldt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon spelden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spelden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over spelden

Hoe spreek ik spelden uit?
Zo spreek je spelden uit: /ˈspɛldə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van spelden?
Spelden is een werkwoord. De betekenis is: met spelden vastzetten.
Hoe vervoeg ik spelden?
Zo vervoeg je spelden zo: de tegenwoordige tijd is speld, de verleden tijd is speldde en het voltooid deelwoord is gespeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op spelden?

Spelden rijmt op 8 woorden op -elden; melden, zelden en aandachtsvelden bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op spelden, uitspraak ˈspɛldən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
melden 2
zelden 2
aandachtsvelden 4
bruggengelden 4
inleggelden 4
maïsvelden 3
stelden 2
weidevelden 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord spelden is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. E 1
  4. L 3
  5. D 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

spelden levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. E 1
  4. L 3
  5. D 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

spelden telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

spelden in het kort

spelden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van spelden staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort spelden bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

spelden: met spelden vastzetten
Deel spelden — standaardnederlands.nl