melden
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈmɛldə(n)Betekenis
- iets rapporteren, bekendmaken
Hoe spreek je melden uit?
/ˈmɛldən/
Melden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛ | bed |
| l | land |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van melden
meldenhele werkwoord — melddeverleden tijd enkelvoud — melddenverleden tijd meervoud — gemeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | meld | meldde |
| jij | meldt | meldde |
| hij, zij, het | meldt | meldde |
| wij | melden | meldden |
| jullie | melden | meldden |
| zij | melden | meldden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gemeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemeld | verleden tijd, deelwoord |
| gemeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| meld | gebiedende wijs |
| meld me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| meld u/je , meldt je | gebiedende wijs |
| meldde | verleden tijd |
| meldde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| meldde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| meldde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| meldde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| meldde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| meldde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| meldde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| meldden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| meldden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| meldden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| melde | aanvoegende wijs |
| melde zich | aanvoegende wijs |
| melden je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| melden ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| melden zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| meldend | onvoltooid, deelwoord |
| meldt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| meldt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| meldt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| meldt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| meldt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| meldt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| te hebben gemeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te melden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen melden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gemeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gemeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gemeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gemeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gemeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gemeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gemeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gemeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gemeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gemeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gemeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gemeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gemeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gemeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gemeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gemeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me melden | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal melden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal melden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal melden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich melden | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je melden | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich gemeld hebben | verleden tijd |
| zich meldend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gemeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gemeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou melden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou melden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou melden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gemeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gemeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden melden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden melden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden melden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt melden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord melde
Herkomst
In de betekenis van ‘bekendmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van melden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meld | gebiedende wijs | melden |
| meldde | verleden tijd | melden |
| meldden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | melden |
| meldend | onvoltooid deelwoord | melden |
| meldende | woordvorm | melden |
| meldt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | melden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van melden zijn vastgelegd.