speldag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (deel van) een dag die gevuld is met het spelen van spelletjes
zelfstandig naamwoord — masculine
- een dag die gevuld is met het spelen van spelletjes
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speldagen | meervoud |
| speldagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| speldagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van spel zn en dag zn
Woordfamilie van speldag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speldagen | meervoud | speldag |
| speldagje | verkleinwoord | speldag |
| speldagjes | verkleinwoord meervoud | speldag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speldag zijn vastgelegd.