speelkaart
zelfstandig naamwoord ˈspelkartBetekenis
- een kartonnen of plastic kaart uit een kaartspel, om mee te spelen
Hoe spreek je speelkaart uit?
/ˈspelkart/
Speelkaart bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| e | veel |
| l | land |
| k | kat |
| a | maan |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| speelkaarten | meervoud |
| speelkaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| speelkaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van speel ww en kaart
Woordfamilie van speelkaart
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speelkaarten | meervoud | speelkaart |
| speelkaartje | verkleinwoord | speelkaart |
| speelkaartjes | verkleinwoord meervoud | speelkaart |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van speelkaart zijn vastgelegd.