slachten
werkwoord /slɑxtə(n)/Betekenis
- lijken op
Hoe spreek je slachten uit?
/slɑxtən/
Slachten bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
werkwoord
- een dier doden voor het vlees of als offer transitive
Vervoeging van slachten
slachtenhele werkwoord — slachtteverleden tijd enkelvoud — slachttenverleden tijd meervoud — geslachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | slacht | slachtte |
| jij | slacht | slachtte |
| hij, zij, het | slacht | slachtte |
| wij | slachten | slachtten |
| jullie | slachten | slachtten |
| zij | slachten | slachtten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geslacht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geslacht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geslacht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geslacht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geslacht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geslacht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geslacht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geslacht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geslacht | verleden tijd, deelwoord |
| geslacht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geslacht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geslacht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geslacht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geslacht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geslacht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geslacht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geslacht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geslacht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geslacht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geslacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geslacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geslacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geslacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geslacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geslacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geslacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geslacht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| slacht | gebiedende wijs |
| slachte | aanvoegende wijs |
| slachtend | onvoltooid, deelwoord |
| slachtte | verleden tijd |
| te hebben geslacht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te slachten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen slachten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geslacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geslacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geslacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geslacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geslacht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geslacht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geslacht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geslacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geslacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geslacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geslacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geslacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geslacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geslacht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geslacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geslacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geslacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geslacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geslacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geslacht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geslacht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geslacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geslacht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geslacht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geslacht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal slachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal slachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal slachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geslacht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geslacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geslacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geslacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geslacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geslacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geslacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou slachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou slachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou slachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geslacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geslacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geslacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geslacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geslacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geslacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden slachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden slachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden slachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geslacht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geslacht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt slachten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geslacht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geslacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geslacht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geslacht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geslacht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geslacht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen slachten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen slachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen slachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen slachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geslacht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geslacht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geslacht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult slachten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
De beide betekenissen zijn te herleiden tot Mnl. slacht, dat zowel "doden, ombrengen" als "aard, geslacht, soort" betekende. In de betekenis van ‘doden om het vlees voor consumptie te verkrijgen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Woordfamilie van slachten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slachte | aanvoegende wijs | slachten |
| slachtend | onvoltooid deelwoord | slachten |
| slachtende | woordvorm | slachten |
| slachtte | verleden tijd | slachten |
| slachtten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | slachten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slachten zijn vastgelegd.