Naar de inhoud

skiën

zich over sneeuw voortbewegen op twee aan de voeten bevestigde lange latten

skiën

werkwoord ˈskijə(n)

Betekenis

  1. zich over sneeuw voortbewegen op twee aan de voeten bevestigde lange latten
  2. zich over sneeuw ergens heen bewegen op twee aan de voeten bevestigde lange latten

Hoe spreek je skiën uit?

/ˈskijən/

Skiën bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈskijən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
k kat
i riet
j ja
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van skiën

skiënhele werkwoord — skiedeverleden tijd enkelvoud — skiedenverleden tijd meervoud — geskiedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ski skiede
jij skiet skiede
hij, zij, het skiet skiede
wij skiën skieden
jullie skiën skieden
zij skiën skieden
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geskied impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was geskied impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd geskied impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt geskied impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geskied worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geskied zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou geskied worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou geskied zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
geskied verleden tijd, deelwoord
geskied te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geskied zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben geskied actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ski gebiedende wijs
skiede verleden tijd
skië aanvoegende wijs
skiënd onvoltooid, deelwoord
te hebben/zijn geskied actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te skiën actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen skiën actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal skiën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal skiën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal skiën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geskied actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zou skiën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou skiën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou skiën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden skiën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden skiën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden skiën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt skiën aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen skiën actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen skiën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen skiën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen skiën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult skiën aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van ski met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van skiën

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geskied voltooid deelwoord skiën
geskiede woordvorm skiën
skiede verleden tijd skiën
skieden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon skiën
skiet aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon skiën
skië aanvoegende wijs skiën
skiënd onvoltooid deelwoord skiën
skiënde woordvorm skiën

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van skiën zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over skiën

Hoe spreek je skiën uit?
De uitspraak van skiën is: /ˈskijə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent skiën?
Skiën is een werkwoord. Het woord betekent: zich over sneeuw voortbewegen op twee aan de voeten bevestigde lange latten. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je skiën?
Je vervoegt skiën als volgt: de tegenwoordige tijd is ski, de verleden tijd is skiede en het voltooid deelwoord is geskied. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op skiën?

Op skiën rijmen 41 woorden, onder andere gedrieën, aanpassingsstrategieën en amfibieën. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op skiën, uitspraak ˈskijən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
gedrieën 3
aanpassingsstrategieën 7
amfibieën 4
architomieën 5
besjrieën 3
chorografieën 5
cocaïneorgieën 6
danstherapieën 5
deltatechnologieën 7
dierenencyclopedieën 8
douarieën 4
drieën 2
eilandeconomieën 7
fototropieën 5
holografieën 5
homologieën 5
ironieën 4
kakistocratieën 6
knieën 2
kopieën 3
levensfilosofieën 7
oenbesjrieën 4
onbesjrieën 4
orangerieën 5
oranjerieën 5
orgieën 3
paratomieën 5
pedagogieën 5
pelorieën 4
petechieën 4
plaisanterieën 5
plantenencyclopedieën 8
rassentheorieën 6
sieradiën 4
strategieën 4
structuurtheorieën 6
syzygieën 4
technologieën 5
terminografieën 6
tuilerieën 4
Nog 1 rijmwoord
wiiën 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord skiën is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. K 3
  3. I 1
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

skiën levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. K 3
  3. I 2
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 zonder bonus
  7. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

skiën in het kort

skiën staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van skiën zijn 29 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort skiën bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

skiën: zich over sneeuw voortbewegen op twee aan de voeten bevestigde lange latten
Deel skiën — standaardnederlands.nl