skischoen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een speciale schoen die je kunt vastklikken aan een ski
zelfstandig naamwoord — masculine
- schoen die geschikt is om mee door de sneeuw te lopen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| skischoenen | meervoud |
| skischoentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| skischoentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ski zn en schoen zn
Woordfamilie van skischoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| skischoenen | meervoud | skischoen |
| skischoentje | verkleinwoord | skischoen |
| skischoentjes | verkleinwoord meervoud | skischoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van skischoen zijn vastgelegd.