skipas
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een toegangsbewijs, dat geldig is voor één of meer dagen, voor een skigebied en de daarbij behorende skiliften
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| skipassen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ski zn en pas zn
Woordfamilie van skipas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| skipassen | meervoud | skipas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van skipas zijn vastgelegd.