Naar de inhoud

schuimen

gasbellen voortbrengen op het grensvlak van een vloeistof en de lucht

schuimen

werkwoord

Betekenis

  1. gasbellen voortbrengen op het grensvlak van een vloeistof en de lucht
  2. van schuim ontdoen

werkwoord

  1. roven, stelen transitive

Vervoeging van schuimen

schuimenhele werkwoord — schuimdeverleden tijd enkelvoud — schuimdenverleden tijd meervoud — geschuimdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schuim schuimde
jij schuimt schuimde
hij, zij, het schuimt schuimde
wij schuimen schuimden
jullie schuimen schuimden
zij schuimen schuimden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschuimd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschuimd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschuimd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschuimd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschuimd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschuimd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschuimd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschuimd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschuimd verleden tijd, deelwoord
geschuimd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschuimd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschuimd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschuimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschuimd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschuimd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschuimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschuimd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschuimd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschuimd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschuimd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschuimd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschuimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschuimd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschuimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschuimd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschuimd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schuim gebiedende wijs
schuimde verleden tijd
schuime aanvoegende wijs
schuimend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschuimd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schuimen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schuimen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschuimd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschuimd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschuimd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schuimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schuimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schuimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschuimd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschuimd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschuimd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schuimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schuimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schuimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschuimd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschuimd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschuimd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schuimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schuimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schuimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschuimd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schuimen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschuimd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschuimd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschuimd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schuimen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schuimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schuimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schuimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschuimd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schuimen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van schuim met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van schuimen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschuimd voltooid deelwoord schuimen
geschuimde woordvorm schuimen
schuimde verleden tijd schuimen
schuimden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schuimen
schuime aanvoegende wijs schuimen
schuimt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schuimen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuimen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over schuimen

Wat is de betekenis van schuimen?
Schuimen is een werkwoord. De betekenis is: gasbellen voortbrengen op het grensvlak van een vloeistof en de lucht. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik schuimen?
Zo vervoeg je schuimen zo: de tegenwoordige tijd is schuim, de verleden tijd is schuimde en het voltooid deelwoord is geschuimd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schuimen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 4
  5. I 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schuimen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 2
  5. I 2
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 zonder bonus
  10. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schuimen in het kort

schuimen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van schuimen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort schuimen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

schuimen: gasbellen voortbrengen op het grensvlak van een vloeistof en de lucht
Deel schuimen — standaardnederlands.nl