Naar de inhoud

schuimbekken

zo woedend zijn dat het schuim om de mond staat

schuimbekken

werkwoord ˈsxœymbɛkə(n)

Betekenis

  1. zo woedend zijn dat het schuim om de mond staat
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je schuimbekken uit?

/ˈsxœymbɛkən/

Schuimbekken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsxœymbɛkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
œy huis
m maan
b bak
ɛ bed
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van schuimbekken

schuimbekkenhele werkwoord — schuimbekteverleden tijd enkelvoud — schuimbektenverleden tijd meervoud — geschuimbektvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schuimbek schuimbekte
jij schuimbekt schuimbekte
hij, zij, het schuimbekt schuimbekte
wij schuimbekken schuimbekten
jullie schuimbekken schuimbekten
zij schuimbekken schuimbekten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschuimbekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschuimbekt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschuimbekt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschuimbekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschuimbekt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschuimbekt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschuimbekt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschuimbekt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschuimbekt verleden tijd, deelwoord
geschuimbekt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschuimbekt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschuimbekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschuimbekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschuimbekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschuimbekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschuimbekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschuimbekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschuimbekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschuimbekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschuimbekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschuimbekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschuimbekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschuimbekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschuimbekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschuimbekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschuimbekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schuimbek gebiedende wijs
schuimbekke aanvoegende wijs
schuimbekkend onvoltooid, deelwoord
schuimbekte verleden tijd
te hebben geschuimbekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schuimbekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schuimbekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschuimbekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschuimbekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschuimbekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschuimbekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschuimbekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschuimbekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschuimbekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschuimbekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschuimbekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschuimbekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschuimbekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschuimbekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschuimbekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schuimbekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschuimbekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schuimbekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘schuim op de mond vormen’ voor het eerst aangetroffen in 1618

Woordfamilie van schuimbekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschuimbekt voltooid deelwoord schuimbekken
schuimbek gebiedende wijs schuimbekken
schuimbekke aanvoegende wijs schuimbekken
schuimbekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schuimbekken
schuimbekte verleden tijd schuimbekken
schuimbekten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schuimbekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuimbekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over schuimbekken

Hoe spreek je schuimbekken uit?
De uitspraak van schuimbekken is: /ˈsxœymbɛkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent schuimbekken?
Schuimbekken is een werkwoord. Het woord betekent: zo woedend zijn dat het schuim om de mond staat. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je schuimbekken?
Je vervoegt schuimbekken als volgt: de tegenwoordige tijd is schuimbek, de verleden tijd is schuimbekte en het voltooid deelwoord is geschuimbekt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schuimbekken is 31 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 4
  5. I 1
  6. M 3
  7. B 3
  8. E 1
  9. K 3
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 31 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schuimbekken levert met Wordfeud minimaal 31 en maximaal 123 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 2
  5. I 2
  6. M 3
  7. B 4
  8. E 1
  9. K 3
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 31 zonder bonus
  14. 123 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schuimbekken in het kort

schuimbekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van schuimbekken zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schuimbekken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schuimbekken: zo woedend zijn dat het schuim om de mond staat
Deel schuimbekken — standaardnederlands.nl