Naar de inhoud

bruisen

het overvloedig vormen van gasbelletjes in een vloeistof

bruisen

werkwoord

Betekenis

  1. het overvloedig vormen van gasbelletjes in een vloeistof
  2. vol leven zijn

Vervoeging van bruisen

bruisenhele werkwoord — bruisteverleden tijd enkelvoud — bruistenverleden tijd meervoud — gebruistvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bruis bruiste
jij bruist bruiste
hij, zij, het bruist bruiste
wij bruisen bruisten
jullie bruisen bruisten
zij bruisen bruisten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bruis gebiedende wijs
bruise aanvoegende wijs
bruisend onvoltooid, deelwoord
bruiste verleden tijd
ev. gebiedende wijs
gebruist verleden tijd, deelwoord
gebruist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebruist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebruist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebruist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebruist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebruist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebruist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebruist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebruist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebruist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebruist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebruist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebruist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebruist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebruist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebruist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebruist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bruisen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebruist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bruisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bruisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bruisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bruisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebruist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebruist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebruist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bruisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bruisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bruisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebruist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebruist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebruist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bruisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bruisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bruisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebruist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebruist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebruist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bruisen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebruist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bruisen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bruisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bruisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bruisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebruist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebruist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebruist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bruisen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebruist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘borrelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1336

Woordfamilie van bruisen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bruise aanvoegende wijs bruisen
bruist aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bruisen
bruiste verleden tijd bruisen
bruisten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bruisen
gebruist voltooid deelwoord bruisen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bruisen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bruisen

Wat betekent bruisen?
Bruisen is een werkwoord. Het woord betekent: het overvloedig vormen van gasbelletjes in een vloeistof. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bruisen?
Je vervoegt bruisen als volgt: de tegenwoordige tijd is bruis, de verleden tijd is bruiste en het voltooid deelwoord is gebruist. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bruisen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. R 2
  3. U 4
  4. I 1
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bruisen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. R 2
  3. U 2
  4. I 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

bruisen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bruisen in het kort

bruisen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bruisen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bruisen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bruisen: het overvloedig vormen van gasbelletjes in een vloeistof
Deel bruisen — standaardnederlands.nl