schuimrubber
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- schuimachtig rubberproduct oorspronkelijk een natuurproduct (latex), ook langs chemische weg vervaardigd uit nafta
- gemaakt van schuimrubber
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schuimrubbers | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘rubberproduct’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Woordfamilie van schuimrubber
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schuimrubbers | meervoud | schuimrubber |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuimrubber zijn vastgelegd.