schuim
zelfstandig naamwoord, werkwoord /sxʌʏm/Betekenis
- iets wat veel luchtbellen bevat
- personen van laag allooi, uitschot
Hoe spreek je schuim uit?
/sxʌʏm/
Schuim bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ʏ | put |
| m | maan |
zelfstandig naamwoord — neuter
- groep personen van laag maatschappelijk allooi pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schuimpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schuimpjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuimen
- gebiedende wijs van schuimen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuimen
Vervoeging van schuim
schuimhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘blaasjes op vloeistof’ voor het eerst aangetroffen in 1240