Naar de inhoud

schuilen

zich verbergen

schuilen is meer dan één woord

schuilen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. zich verbergen
  2. ongezien aanwezig zijn

Vervoeging van schuilen

schuilenhele werkwoord — schoolverleden tijd enkelvoud — scholenverleden tijd meervoud — gescholenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schuil school
jij schuilt school
hij, zij, het schuilt school
wij schuilen scholen
jullie schuilen scholen
zij schuilen scholen
Alle 77 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gescholen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gescholen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gescholen verleden tijd, deelwoord
gescholen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
gescholen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
gescholen voltooid, verleden tijd, derde persoon
gescholen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
gescholen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
gescholen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
gescholen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
gescholen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
gescholen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
gescholen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
gescholen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
gescholen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
gescholen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gescholen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschuild actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschuild actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschuild verleden tijd, deelwoord
had geschuild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschuild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschuild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschuild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschuild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschuild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschuild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschuild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschuild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschuild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschuild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschuild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt geschuild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschuild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschuild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
school verleden tijd
schuil gebiedende wijs
schuilde verleden tijd
schuile aanvoegende wijs
schuilend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschuild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schuilen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schuilen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschuild voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschuild voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschuild voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schuilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schuilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schuilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschuild voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschuild voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschuild voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schuilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schuilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schuilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschuild voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschuild voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschuild voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schuilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schuilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schuilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschuild voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schuilen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschuild voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschuild voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschuild voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schuilen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schuilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schuilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schuilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschuild voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schuilen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schuil

Herkomst

In de betekenis van ‘zich verbergen’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van schuilen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gescholen voltooid deelwoord schuilen
geschuild voltooid deelwoord schuilen
schuilde verleden tijd schuilen
schuilden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schuilen
schuile aanvoegende wijs schuilen
schuilend onvoltooid deelwoord schuilen
schuilende woordvorm schuilen
schuilt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schuilen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schuilen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over schuilen

Wat is de betekenis van schuilen?
Schuilen is een werkwoord. De betekenis is: zich verbergen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik schuilen?
Zo vervoeg je schuilen zo: de tegenwoordige tijd is schuil, de verleden tijd is school en het voltooid deelwoord is gescholen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schuilen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 4
  5. I 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schuilen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. U 2
  5. I 2
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 zonder bonus
  10. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schuilen in het kort

schuilen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van schuilen staan er 41 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort schuilen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

schuilen: zich verbergen
Deel schuilen — standaardnederlands.nl