schouderen
werkwoordBetekenis
- met de schouders op de grond drukken
- aan de schouder brengen
Vervoeging van schouderen
schouderenhele werkwoord — schouderdeverleden tijd enkelvoud — schouderdenverleden tijd meervoud — geschouderdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schouder | schouderde |
| jij | schoudert | schouderde |
| hij, zij, het | schoudert | schouderde |
| wij | schouderen | schouderden |
| jullie | schouderen | schouderden |
| zij | schouderen | schouderden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geschouderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geschouderd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geschouderd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geschouderd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geschouderd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geschouderd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geschouderd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geschouderd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geschouderd | verleden tijd, deelwoord |
| geschouderd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geschouderd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geschouderd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschouderd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschouderd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschouderd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geschouderd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geschouderd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geschouderd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geschouderd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geschouderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geschouderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geschouderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geschouderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geschouderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geschouderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geschouderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschouderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schouder | gebiedende wijs |
| schouderde | verleden tijd |
| schoudere | aanvoegende wijs |
| schouderend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geschouderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te schouderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen schouderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geschouderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geschouderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geschouderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geschouderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geschouderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geschouderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geschouderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geschouderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geschouderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschouderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geschouderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geschouderd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschouderd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geschouderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geschouderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschouderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschouderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschouderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschouderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschouderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geschouderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschouderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschouderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geschouderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschouderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschouderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geschouderd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geschouderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geschouderd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschouderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschouderd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geschouderd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschouderd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschouderd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen schouderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geschouderd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geschouderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geschouderd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult schouderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van schouder met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van schouderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschouderd | voltooid deelwoord | schouderen |
| geschouderde | woordvorm | schouderen |
| schouderde | verleden tijd | schouderen |
| schouderden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | schouderen |
| schoudere | aanvoegende wijs | schouderen |
| schouderend | onvoltooid deelwoord | schouderen |
| schouderende | woordvorm | schouderen |
| schoudert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | schouderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schouderen zijn vastgelegd.