Naar de inhoud

schouderen

met de schouders op de grond drukken

schouderen

werkwoord

Betekenis

  1. met de schouders op de grond drukken
  2. aan de schouder brengen

Vervoeging van schouderen

schouderenhele werkwoord — schouderdeverleden tijd enkelvoud — schouderdenverleden tijd meervoud — geschouderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schouder schouderde
jij schoudert schouderde
hij, zij, het schoudert schouderde
wij schouderen schouderden
jullie schouderen schouderden
zij schouderen schouderden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geschouderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschouderd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschouderd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschouderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschouderd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschouderd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschouderd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschouderd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschouderd verleden tijd, deelwoord
geschouderd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geschouderd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geschouderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschouderd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschouderd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschouderd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geschouderd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geschouderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschouderd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geschouderd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschouderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschouderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschouderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschouderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschouderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschouderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschouderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschouderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schouder gebiedende wijs
schouderde verleden tijd
schoudere aanvoegende wijs
schouderend onvoltooid, deelwoord
te hebben geschouderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schouderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schouderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geschouderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geschouderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geschouderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geschouderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geschouderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geschouderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geschouderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geschouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geschouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geschouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geschouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geschouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geschouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geschouderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geschouderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geschouderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geschouderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geschouderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geschouderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geschouderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geschouderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschouderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschouderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geschouderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschouderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geschouderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geschouderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschouderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschouderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschouderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschouderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschouderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geschouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschouderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geschouderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schouderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschouderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschouderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschouderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geschouderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschouderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschouderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schouderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschouderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschouderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geschouderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schouderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van schouder met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van schouderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschouderd voltooid deelwoord schouderen
geschouderde woordvorm schouderen
schouderde verleden tijd schouderen
schouderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schouderen
schoudere aanvoegende wijs schouderen
schouderend onvoltooid deelwoord schouderen
schouderende woordvorm schouderen
schoudert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schouderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schouderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over schouderen

Wat betekent schouderen?
Schouderen is een werkwoord. Het woord betekent: met de schouders op de grond drukken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je schouderen?
Je vervoegt schouderen als volgt: de tegenwoordige tijd is schouder, de verleden tijd is schouderde en het voltooid deelwoord is geschouderd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schouderen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. O 1
  5. U 4
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schouderen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. O 1
  5. U 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schouderen in het kort

schouderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van schouderen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schouderen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schouderen: met de schouders op de grond drukken
Deel schouderen — standaardnederlands.nl