schikking
zelfstandig naamwoordBetekenis
- compromis, een regeling waarmee beide partijen genoegen nemen
- (procesrecht) beslechting door partijen van hun rechtsgeschil(len) al dan niet door tussenkomst van een derde partij bijv. een mediator, advocaat of rechter
- (strafrecht) afdoening van een delict van de lichte soort op voorstel van het Openbaar Ministerie, meestal via een door de verdachte te betalen geldsom
- het schikken, aan een bepaalde orde onderwerpen bijvoorbeeld van bloemen, een ordening
zelfstandig naamwoord
- beslechting door partijen van hun rechtsgeschil(len) al dan niet door tussenkomst van een derde partij bijv. een mediator, advocaat of rechter
- afdoening van een delict van de lichte soort op voorstel van het Openbaar Ministerie, meestal via een door de verdachte te betalen geldsom
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schikkingen | meervoud |
| schikkinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schikkinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van schikken met het achtervoegsel -ing.
Woordfamilie van schikking
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schikkingen | meervoud | schikking |
| schikkinkje | verkleinwoord | schikking |
| schikkinkjes | verkleinwoord meervoud | schikking |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schikking zijn vastgelegd.