rondgaan
werkwoord ˈrɔntxanBetekenis
- in allerlei richtingen gaan
- bij elke persoon of elk voorwerp uit een groep langsgaan
Hoe spreek je rondgaan uit?
/ˈrɔntxan/
Rondgaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| x | acht |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van rondgaan
rondgaanhele werkwoord — ging rondverleden tijd enkelvoud — gingen rondverleden tijd meervoud — rondgegaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ga rond | ging rond |
| jij | gaat rond | ging rond |
| hij, zij, het | gaat rond | ging rond |
| wij | gaan rond | gingen rond |
| jullie | gaan rond | gingen rond |
| zij | gaan rond | gingen rond |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben rondgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent rondgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| ga rond | gebiedende wijs |
| ging rond | verleden tijd |
| is rondgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is rondgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rond te gaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rond te zullen gaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rond zal gaan | bijzin, toekomende tijd |
| rond zou gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zouden gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zoudt gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zullen gaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rond zullen gaan | bijzin, toekomende tijd |
| rond zult gaan | bijzin, toekomende tijd |
| rondga | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rondgaand | onvoltooid, deelwoord |
| rondgaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rondgegaan | verleden tijd, deelwoord |
| rondgegaan te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgegaan zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondging | bijzin, verleden tijd |
| rondgingen | bijzin, verleden tijd |
| te zijn rondgegaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rondgaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart rondgegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgegaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren rondgegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgegaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was rondgegaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was rondgegaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was rondgegaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal rondgaan | bijzin, toekomende tijd |
| zal rondgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal rondgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn rondgegaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn rondgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn rondgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn rondgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt rondgegaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou rondgaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou rondgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) rondgaan rond zou(dt) gaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden rondgaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden rondgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt rondgaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt rondgegaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen rondgaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen rondgaan | bijzin, toekomende tijd |
| zullen rondgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult rondgaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult rondgaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult rondgegaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal rondgaan rond zult/zal gaan | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van rond en gaan
Woordfamilie van rondgaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ga rond | gebiedende wijs | rondgaan |
| gaan rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | rondgaan |
| gaat rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rondgaan |
| ging rond | verleden tijd | rondgaan |
| gingen rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rondgaan |
| rondga | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | rondgaan |
| rondgaand | onvoltooid deelwoord | rondgaan |
| rondgaande | woordvorm | rondgaan |
| rondgaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | rondgaan |
| rondgegaan | voltooid deelwoord | rondgaan |
| rondging | subordinate-clause, verleden tijd | rondgaan |
| rondgingen | subordinate-clause, verleden tijd | rondgaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rondgaan zijn vastgelegd.