resusfactor
zelfstandig naamwoord ˈresʏsˌfɑktɔrBetekenis
- antigene factor in het bloed
Hoe spreek je resusfactor uit?
/ˈresʏsˌfɑktɔr/
Resusfactor bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| s | sok |
| ʏ | put |
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Klinkt hetzelfde als rhesusfactor.
zelfstandig naamwoord — masculine
- antigene stof in het bloed, agglutinogeen in de rode bloedcellen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| resusfactoren | meervoud |
| rhesusfactor |
Herkomst
leenvertaling van Engels rhesus factor, op te vatten als kofferwoord gevormd uit resusaap en stollingsfactor, in de betekenis van ‘antigene factor in het bloed’ voor het eerst aangetroffen in 1966
Woordfamilie van resusfactor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| resusfactoren | meervoud | resusfactor |
| rhesusfactor | masculine | resusfactor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van resusfactor zijn vastgelegd.