aaibaarheidsfactor
zelfstandig naamwoord ˈajbarhɛitsˌfɑktɔrBetekenis
- de mate waarin een mens of dier zich laat aaien of blij laat maken
Hoe spreek je aaibaarheidsfactor uit?
/ˈajbarhɛitsˌfɑktɔr/
Aaibaarheidsfactor bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| j | ja |
| b | bak |
| r | rood |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| s | sok |
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aaibaarheidsfactoren | meervoud |
| aaibaarheidsfactortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aaibaarheidsfactortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘factor volgens welke de wereld wordt ingedeeld’ voor het eerst aangetroffen in 1969
Woordfamilie van aaibaarheidsfactor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aaibaarheidsfactoren | meervoud | aaibaarheidsfactor |
| aaibaarheidsfactortje | verkleinwoord | aaibaarheidsfactor |
| aaibaarheidsfactortjes | verkleinwoord meervoud | aaibaarheidsfactor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aaibaarheidsfactor zijn vastgelegd.