Naar de inhoud

resulteren

tot gevolg hebben

resulteren

werkwoord

Betekenis

  1. tot gevolg hebben

Vervoeging van resulteren

resulterenhele werkwoord — resulteerdeverleden tijd enkelvoud — resulteerdenverleden tijd meervoud — geresulteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik resulteer resulteerde
jij resulteert resulteerde
hij, zij, het resulteert resulteerde
wij resulteren resulteerden
jullie resulteren resulteerden
zij resulteren resulteerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geresulteerd verleden tijd, deelwoord
geresulteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geresulteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geresulteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geresulteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geresulteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geresulteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geresulteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geresulteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geresulteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geresulteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geresulteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geresulteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geresulteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geresulteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geresulteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geresulteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geresulteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
resulteer gebiedende wijs
resulteerde verleden tijd
resultere aanvoegende wijs
resulterend onvoltooid, deelwoord
te hebben geresulteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te resulteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen resulteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geresulteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geresulteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geresulteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal resulteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal resulteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal resulteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geresulteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geresulteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geresulteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou resulteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou resulteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou resulteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geresulteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geresulteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geresulteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden resulteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden resulteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden resulteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geresulteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt resulteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geresulteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geresulteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geresulteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen resulteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen resulteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen resulteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen resulteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geresulteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult resulteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voortvloeien uit’ voor het eerst aangetroffen in 1595

Woordfamilie van resulteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geresulteerd voltooid deelwoord resulteren
resulteer gebiedende wijs resulteren
resulteerde verleden tijd resulteren
resulteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon resulteren
resulteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon resulteren
resultere aanvoegende wijs resulteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van resulteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over resulteren

Wat is de betekenis van resulteren?
Resulteren is een werkwoord. De betekenis is: tot gevolg hebben.
Hoe vervoeg ik resulteren?
Zo vervoeg je resulteren zo: de tegenwoordige tijd is resulteer, de verleden tijd is resulteerde en het voltooid deelwoord is geresulteerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord resulteren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. E 1
  3. S 2
  4. U 4
  5. L 3
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

resulteren levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. E 1
  3. S 2
  4. U 2
  5. L 3
  6. T 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

resulteren in het kort

resulteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van resulteren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort resulteren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

resulteren: tot gevolg hebben
Deel resulteren — standaardnederlands.nl