Naar de inhoud

voortkomen

ergens zijn oorsprong in vinden

voortkomen

werkwoord

Betekenis

  1. ergens zijn oorsprong in vinden
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van voortkomen

voortkomenhele werkwoord — kwam voortverleden tijd enkelvoud — kwamen voortverleden tijd meervoud — voortgekomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kom voort kwam voort
jij komt voort kwaamt voort
hij, zij, het komt voort kwam voort
wij komen voort kwamen voort
jullie komen voort kwamen voort
zij komen voort kwamen voort
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben voortgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voortgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is voortgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voortgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kom voort gebiedende wijs
kwam voort verleden tijd
te zijn voortgekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voortkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voort te komen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voort te zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voort zal komen bijzin, toekomende tijd
voort zou komen bijzin, voorwaardelijk
voort zouden komen bijzin, voorwaardelijk
voort zoudt komen bijzin, voorwaardelijk
voort zullen komen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voort zullen komen bijzin, toekomende tijd
voort zult komen bijzin, toekomende tijd
voortgekomen verleden tijd, deelwoord
voortgekomen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voortgekomen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voortkom bijzin, tegenwoordige tijd
voortkomend onvoltooid, deelwoord
voortkomt bijzin, tegenwoordige tijd
voortkwaamt bijzin, verleden tijd
voortkwam bijzin, verleden tijd
voortkwamen bijzin, verleden tijd
waart voortgekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voortgekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voortgekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voortgekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voortgekomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voortgekomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voortgekomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal voortgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voortgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voortgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voortkomen bijzin, toekomende tijd
zijn voortgekomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn voortgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voortgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voortgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voortgekomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voortgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voortgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voortgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voortkomen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) voortkomen voort zou(dt) komen bijzin, voorwaardelijk
zouden voortgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voortgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voortgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voortkomen bijzin, voorwaardelijk
zoudt voortgekomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voortkomen bijzin, voorwaardelijk
zullen voortgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen voortgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen voortgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voortkomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen voortkomen bijzin, toekomende tijd
zult voortgekomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voortkomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult voortkomen bijzin, toekomende tijd
zult/zal voortkomen voort zult/zal komen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van voort en komen

Woordfamilie van voortkomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kom voort gebiedende wijs voortkomen
kome voort woordvorm voortkomen
komen voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voortkomen
komt voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voortkomen
kwam voort verleden tijd voortkomen
kwamen voort aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voortkomen
voortgekomen voltooid deelwoord voortkomen
voortkom subordinate-clause, tegenwoordige tijd voortkomen
voortkome with-subordinate-clause voortkomen
voortkomend onvoltooid deelwoord voortkomen
voortkomende woordvorm voortkomen
voortkomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd voortkomen
voortkwam subordinate-clause, verleden tijd voortkomen
voortkwamen subordinate-clause, verleden tijd voortkomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voortkomen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voortkomen

Wat is de betekenis van voortkomen?
Voortkomen is een werkwoord. De betekenis is: ergens zijn oorsprong in vinden. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik voortkomen?
Zo vervoeg je voortkomen zo: het voltooid deelwoord is voortgekomen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voortkomen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. K 3
  7. O 1
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voortkomen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. K 3
  7. O 1
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voortkomen in het kort

voortkomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van voortkomen staan er 48 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort voortkomen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

voortkomen: ergens zijn oorsprong in vinden
Deel voortkomen — standaardnederlands.nl