renen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrenə(n)Betekenis
- met een markering afzetten
- een grens delen
Hoe spreek je renen uit?
/ˈrenən/
Renen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van renen
renenhele werkwoord — reendeverleden tijd enkelvoud — reendenverleden tijd meervoud — gereendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | reen | reende |
| jij | reent | reende |
| hij, zij, het | reent | reende |
| wij | renen | reenden |
| jullie | renen | reenden |
| zij | renen | reenden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gereend | verleden tijd, deelwoord |
| gereend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gereend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gereend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gereend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gereend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gereend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gereend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gereend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gereend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gereend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gereend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gereend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| reen | gebiedende wijs |
| reende | verleden tijd |
| rene | aanvoegende wijs |
| renend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gereend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te renen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen renen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gereend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal renen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal renen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal renen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gereend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou renen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou renen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou renen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gereend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden renen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden renen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden renen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gereend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt renen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gereend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen renen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen renen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen renen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen renen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gereend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult renen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord reen
Herkomst
ww: afgeleid van reen zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van renen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gereend | voltooid deelwoord | renen |
| gereende | woordvorm | renen |
| reende | verleden tijd | renen |
| reenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | renen |
| reent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | renen |
| rene | aanvoegende wijs | renen |
| renend | onvoltooid deelwoord | renen |
| renende | woordvorm | renen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van renen zijn vastgelegd.