renegaat
zelfstandig naamwoordBetekenis
- afvallige, apostaat, geloofsverzaker
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| renegaten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘afvallige’ voor het eerst aangetroffen in 1598
Woordfamilie van renegaat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| renegaten | meervoud | renegaat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van renegaat zijn vastgelegd.