Naar de inhoud

rauzen

wild tekeergaan zonder confrontaties te vermijden

rauzen

werkwoord ˈrɑuzə(n)

Betekenis

  1. wild tekeergaan zonder confrontaties te vermijden
  2. op een zeer snellle maar onbeheerste manier verplaatsen
  3. op een onbehoorlijke manier weghalen

Hoe spreek je rauzen uit?

/ˈrɑuzən/

Rauzen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈrɑuzən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
ɑu koud
z zon
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. op een zeer snelle maar onbeheerste manier verplaatsen transitive

Vervoeging van rauzen

rauzenhele werkwoord — rausdeverleden tijd enkelvoud — rausdenverleden tijd meervoud — gerausdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik raus rausde
jij raust rausde
hij, zij, het raust rausde
wij rauzen rausden
jullie rauzen rausden
zij rauzen rausden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gerausd verleden tijd, deelwoord
gerausd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gerausd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gerausd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gerausd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gerausd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gerausd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gerausd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gerausd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gerausd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gerausd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerausd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gerausd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gerausd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gerausd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gerausd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerausd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gerausd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
raus gebiedende wijs
rausde verleden tijd
rauze aanvoegende wijs
rauzend onvoltooid, deelwoord
te hebben gerausd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te rauzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen rauzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gerausd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gerausd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gerausd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal rauzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal rauzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal rauzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gerausd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gerausd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gerausd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou rauzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou rauzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou rauzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gerausd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gerausd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gerausd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden rauzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden rauzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden rauzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gerausd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt rauzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gerausd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gerausd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gerausd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen rauzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen rauzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen rauzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen rauzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gerausd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult rauzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

uit het Bargoens, waar het "wild tekeergaan" betekende

Woordfamilie van rauzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gerausd voltooid deelwoord rauzen
gerausde woordvorm rauzen
raus gebiedende wijs rauzen
rausde verleden tijd rauzen
rausden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon rauzen
raust aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon rauzen
rauze aanvoegende wijs rauzen
rauzend onvoltooid deelwoord rauzen
rauzende woordvorm rauzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rauzen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over rauzen

Hoe spreek ik rauzen uit?
Zo spreek je rauzen uit: /ˈrɑuzə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van rauzen?
Rauzen is een werkwoord. De betekenis is: wild tekeergaan zonder confrontaties te vermijden. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik rauzen?
Zo vervoeg je rauzen zo: de tegenwoordige tijd is raus, de verleden tijd is rausde en het voltooid deelwoord is gerausd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op rauzen?

Op rauzen rijmen 6 woorden, onder andere sauzen, bordelaisesauzen en madeirasauzen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op rauzen, uitspraak ˈrɑuzən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
sauzen 2
bordelaisesauzen 6
madeirasauzen 5
pastasauzen 4
smouzen 2
wouzen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord rauzen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. A 1
  3. U 4
  4. Z 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

rauzen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. A 1
  3. U 2
  4. Z 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

rauzen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

rauzen in het kort

rauzen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van rauzen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort rauzen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

rauzen: wild tekeergaan zonder confrontaties te vermijden
Deel rauzen — standaardnederlands.nl