rauwkost
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Groenten die onverhit (dus rauw) wordt genuttigd.
- groenten die onverhit (dus rauw) wordt genuttigd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rauwkosten | meervoud |
| rauwkostje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rauwkostjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘rauw toebereid gerecht’ voor het eerst aangetroffen in 1930
Woordfamilie van rauwkost
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rauwkosten | meervoud | rauwkost |
| rauwkostje | verkleinwoord | rauwkost |
| rauwkostjes | verkleinwoord meervoud | rauwkost |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rauwkost zijn vastgelegd.