sauzen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsɑuzə(n)Betekenis
- een plafond of wand voorzien van een laag, gewoonlijk witte, muurverf
Hoe spreek je sauzen uit?
/ˈsɑuzən/
Sauzen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɑu | koud |
| z | zon |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van sauzen
sauzenhele werkwoord — sausdeverleden tijd enkelvoud — sausdenverleden tijd meervoud — gesausdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | saus | sausde |
| jij | saust | sausde |
| hij, zij, het | saust | sausde |
| wij | sauzen | sausden |
| jullie | sauzen | sausden |
| zij | sauzen | sausden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is gesausd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesausd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesausd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesausd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesausd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesausd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesausd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesausd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesausd | verleden tijd, deelwoord |
| gesausd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesausd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesausd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesausd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesausd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesausd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesausd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesausd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesausd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesausd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesausd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesausd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesausd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesausd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesausd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesausd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesausd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesausd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesausd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesausd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesausd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesausd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesausd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesausd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesausd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesausd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| saus | gebiedende wijs |
| sausde | verleden tijd |
| sauze | aanvoegende wijs |
| sauzend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gesausd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te sauzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen sauzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gesausd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesausd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesausd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gesausd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gesausd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesausd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesausd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesausd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesausd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesausd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesausd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesausd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou gesausd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesausd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesausd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesausd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesausd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesausd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesausd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesausd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesausd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesausd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesausd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesausd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesausd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesausd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesausd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesausd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen sauzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesausd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult sauzen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord saus
Woordfamilie van sauzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesausd | voltooid deelwoord | sauzen |
| sausde | verleden tijd | sauzen |
| sausden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | sauzen |
| sauze | aanvoegende wijs | sauzen |
| sauzend | onvoltooid deelwoord | sauzen |
| sauzende | woordvorm | sauzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sauzen zijn vastgelegd.