Betekenis
- afdruk
- een patroon op of in een stof
- gedrukte schakeling t.b.v. elektronische bedrading (afkorting van printplaat)
- afdruk, prent
- drukken, afdrukken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| printje | verkleinwoord, enkelvoud |
| printjes | verkleinwoord, meervoud |
| prints | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van printen
- gebiedende wijs van printen
Vervoeging van print
printhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘papierafdruk’ voor het eerst aangetroffen in 1970
Woordfamilie van print
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| printje | verkleinwoord | |
| printjes | verkleinwoord meervoud | |
| prints | meervoud |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van print zijn vastgelegd.