Naar de inhoud

ploeteren

met grote moeite voortgaan

ploeteren

werkwoord ˈplutərə(n)

Betekenis

  1. met grote moeite voortgaan
  2. met grote moeite ergens heen gaan
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Hoe spreek je ploeteren uit?

/ˈplutərən/

Ploeteren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈplutərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
l land
u boek
t tak
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ploeteren

ploeterenhele werkwoord — ploeterdeverleden tijd enkelvoud — ploeterdenverleden tijd meervoud — geploeterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ploeter ploeterde
jij ploetert ploeterde
hij, zij, het ploetert ploeterde
wij ploeteren ploeterden
jullie ploeteren ploeterden
zij ploeteren ploeterden
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geploeterd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was geploeterd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd geploeterd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt geploeterd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geploeterd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal geploeterd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou geploeterd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou geploeterd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
geploeterd verleden tijd, deelwoord
geploeterd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geploeterd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben geploeterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ploeter gebiedende wijs
ploeterde verleden tijd
ploetere aanvoegende wijs
ploeterend onvoltooid, deelwoord
te hebben/zijn geploeterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ploeteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ploeteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geploeterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zou ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ploeteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ploeteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘zwoegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1856

Woordfamilie van ploeteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geploeterd voltooid deelwoord ploeteren
geploeterde woordvorm ploeteren
ploeter gebiedende wijs ploeteren
ploeterde verleden tijd ploeteren
ploeterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ploeteren
ploetere aanvoegende wijs ploeteren
ploeterend onvoltooid deelwoord ploeteren
ploeterende woordvorm ploeteren
ploetert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ploeteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ploeteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ploeteren

Hoe spreek ik ploeteren uit?
Zo spreek je ploeteren uit: /ˈplutərə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van ploeteren?
Ploeteren is een werkwoord. De betekenis is: met grote moeite voortgaan. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ploeteren?
Zo vervoeg je ploeteren zo: de tegenwoordige tijd is ploeter, de verleden tijd is ploeterde en het voltooid deelwoord is geploeterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ploeteren?

Er staan 3 woorden in dit woordenboek die op ploeteren rijmen, waaronder computeren, toeteren en pjoeteren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ploeteren, uitspraak ˈplutərən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
computeren 4
toeteren 3
pjoeteren 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ploeteren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. L 3
  3. O 1
  4. E 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ploeteren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. L 3
  3. O 1
  4. E 1
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ploeteren in het kort

ploeteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ploeteren staan er 29 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ploeteren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ploeteren: met grote moeite voortgaan
Deel ploeteren — standaardnederlands.nl