computeren
werkwoord /kɔmˈpjutərə(n)/Betekenis
- gebruikmaken van de computer
Hoe spreek je computeren uit?
/kɔmˈpjutərən/
Computeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| p | pak |
| j | ja |
| u | boek |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van computeren
computerenhele werkwoord — computerdeverleden tijd enkelvoud — computerdenverleden tijd meervoud — gecomputerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | computer | computerde |
| jij | computert | computerde |
| hij, zij, het | computert | computerde |
| wij | computeren | computerden |
| jullie | computeren | computerden |
| zij | computeren | computerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| computer | gebiedende wijs |
| computerde | verleden tijd |
| computere | aanvoegende wijs |
| computerend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gecomputerd | verleden tijd, deelwoord |
| gecomputerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gecomputerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gecomputerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gecomputerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gecomputerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gecomputerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gecomputerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gecomputerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gecomputerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gecomputerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecomputerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gecomputerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gecomputerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gecomputerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gecomputerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecomputerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gecomputerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te computeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gecomputerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen computeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal computeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal computeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal computeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gecomputerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gecomputerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gecomputerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou computeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou computeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou computeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gecomputerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gecomputerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gecomputerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden computeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden computeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden computeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gecomputerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gecomputerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gecomputerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt computeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gecomputerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen computeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen computeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen computeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen computeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gecomputerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gecomputerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gecomputerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult computeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gecomputerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘met de computer spelen’ voor het eerst aangetroffen in 1992
Woordfamilie van computeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| computerde | verleden tijd | computeren |
| computerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | computeren |
| computere | aanvoegende wijs | computeren |
| computerend | onvoltooid deelwoord | computeren |
| computerende | woordvorm | computeren |
| computert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | computeren |
| gecomputerd | voltooid deelwoord | computeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van computeren zijn vastgelegd.