piramide
zelfstandig naamwoord piraˈmidəBetekenis
- ruimtelijke figuur, bestaande uit een veelhoek als grondvlak en driehoekige zijvlakken
- bouwwerk in die vorm
- iets wat zo in elkaar zit dat een brede basis geleidelijk versmalt tot een kleine top aantallenpiramide, bevolkingspiramide, gezagspiramide, voedselpiramide etc.
piramide in een zin
- De piramide heeft een vierkant grondvlak.
- Onderaan de piramide zitten de meeste medewerkers.
- Op de tekening stonden twee piramides naast elkaar.
Let op: Er zijn twee meervouden: piramiden en piramides.
Hoe spreek je piramide uit?
/piraˈmidə/
Piramide bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| i | riet |
| r | rood |
| a | maan |
| m | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| piramiden | meervoud |
| piramides | meervoud |
| piramidetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| piramidetjes | verkleinwoord, meervoud |
| pyramide |
Herkomst
van Frans pyramide, in de betekenis van ‘spits grafmonument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1566
Woordfamilie van piramide
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| piramiden | meervoud | piramide |
| piramides | meervoud | piramide |
| piramidetje | verkleinwoord | piramide |
| piramidetjes | verkleinwoord meervoud | piramide |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van piramide zijn vastgelegd.