polyamide
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˌpolijaˈmidəBetekenis
- stof waarvan de molecuul|moleculen bestaan uit een keten van monomeer|monomeren van het type amide
Hoe spreek je polyamide uit?
/ˌpolijaˈmidə/
Polyamide bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| o | boot |
| l | land |
| i | riet |
| j | ja |
| a | maan |
| m | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- stof waarvan de moleculen bestaan uit een keten van monomeren van het type amide
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| polyamiden | meervoud |
| polyamides | meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- gemaakt van bovengenoemde kunststof
Herkomst
In de betekenis van ‘stikstofhoudende kunststof’ voor het eerst aangetroffen in 1967
Woordfamilie van polyamide
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| polyamiden | meervoud | polyamide |
| polyamides | meervoud | polyamide |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van polyamide zijn vastgelegd.