Naar de inhoud

pinkelen

knipperen met de ogen

pinkelen

werkwoord /ˈpɪŋkələ(n)/

Betekenis

  1. knipperen met de ogen
  2. flikkeren

Hoe spreek je pinkelen uit?

/ˈpɪŋkələn/

Pinkelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpɪŋkələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
ɪ pit
ŋ ding
k kat
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van pinkelen

pinkelenhele werkwoord — pinkeldeverleden tijd enkelvoud — pinkeldenverleden tijd meervoud — gepinkeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pinkel pinkelde
jij pinkelt pinkelde
hij, zij, het pinkelt pinkelde
wij pinkelen pinkelden
jullie pinkelen pinkelden
zij pinkelen pinkelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gepinkeld verleden tijd, deelwoord
gepinkeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepinkeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepinkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepinkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepinkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepinkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepinkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepinkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepinkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepinkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepinkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pinkel gebiedende wijs
pinkelde verleden tijd
pinkele aanvoegende wijs
pinkelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepinkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pinkelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pinkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepinkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pinkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepinkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pinkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘wegslaan van een puntig houtje met een stok’ voor het eerst aangetroffen in 1883

Woordfamilie van pinkelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepinkeld voltooid deelwoord pinkelen
pinkel gebiedende wijs pinkelen
pinkelde verleden tijd pinkelen
pinkelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pinkelen
pinkele aanvoegende wijs pinkelen
pinkelend onvoltooid deelwoord pinkelen
pinkelende woordvorm pinkelen
pinkelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pinkelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pinkelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over pinkelen

Hoe spreek je pinkelen uit?
De uitspraak van pinkelen is: /ˈpɪŋkələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent pinkelen?
Pinkelen is een werkwoord. Het woord betekent: knipperen met de ogen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je pinkelen?
Je vervoegt pinkelen als volgt: de tegenwoordige tijd is pinkel, de verleden tijd is pinkelde en het voltooid deelwoord is gepinkeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op pinkelen?

Op pinkelen rijmen 2 woorden, onder andere hinkelen en twinkelen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op pinkelen, uitspraak ˈpɪŋkələn, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
hinkelen 3
twinkelen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pinkelen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. I 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pinkelen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. I 2
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pinkelen in het kort

pinkelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van pinkelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort pinkelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

pinkelen: knipperen met de ogen
Deel pinkelen — standaardnederlands.nl