Naar de inhoud

peuteren

met de vinger of een spits voorwerp in iets wroeten (om er iets uit te halen)

peuteren

werkwoord

Betekenis

  1. met de vinger of een spits voorwerp in iets wroeten (om er iets uit te halen)
  2. frunniken
  3. knutselen

Vervoeging van peuteren

peuterenhele werkwoord — peuterdeverleden tijd enkelvoud — peuterdenverleden tijd meervoud — gepeuterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik peuter peuterde
jij peutert peuterde
hij, zij, het peutert peuterde
wij peuteren peuterden
jullie peuteren peuterden
zij peuteren peuterden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gepeuterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepeuterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepeuterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepeuterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepeuterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepeuterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepeuterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepeuterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepeuterd verleden tijd, deelwoord
gepeuterd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepeuterd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gepeuterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepeuterd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepeuterd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepeuterd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepeuterd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gepeuterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepeuterd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gepeuterd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepeuterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepeuterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepeuterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepeuterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepeuterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepeuterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepeuterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepeuterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
peuter gebiedende wijs
peuterde verleden tijd
peutere aanvoegende wijs
peuterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepeuterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te peuteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen peuteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gepeuterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepeuterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gepeuterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gepeuterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gepeuterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gepeuterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gepeuterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gepeuterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gepeuterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepeuterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepeuterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gepeuterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepeuterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal peuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal peuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal peuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gepeuterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gepeuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepeuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepeuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepeuterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepeuterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepeuterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou peuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou peuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou peuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepeuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepeuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepeuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gepeuterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepeuterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepeuterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden peuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden peuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden peuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepeuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gepeuterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt peuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepeuterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepeuterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepeuterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gepeuterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepeuterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepeuterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen peuteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen peuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen peuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen peuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepeuterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepeuterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gepeuterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult peuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘wroeten in’ voor het eerst aangetroffen in 1469

Woordfamilie van peuteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepeuterd voltooid deelwoord peuteren
gepeuterde woordvorm peuteren
peuterde verleden tijd peuteren
peuterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon peuteren
peutere aanvoegende wijs peuteren
peuterend onvoltooid deelwoord peuteren
peuterende woordvorm peuteren
peutert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon peuteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van peuteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over peuteren

Wat is de betekenis van peuteren?
Peuteren is een werkwoord. De betekenis is: met de vinger of een spits voorwerp in iets wroeten (om er iets uit te halen). In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik peuteren?
Zo vervoeg je peuteren zo: de tegenwoordige tijd is peuter, de verleden tijd is peuterde en het voltooid deelwoord is gepeuterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord peuteren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. E 1
  3. U 4
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

peuteren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. E 1
  3. U 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

peuteren in het kort

peuteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van peuteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort peuteren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

peuteren: met de vinger of een spits voorwerp in iets wroeten (om er iets uit te halen)
Deel peuteren — standaardnederlands.nl