peuteraar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die peutert
- iemand die zich met onbenullige zaken bezighoudt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| peuteraars | meervoud |
| peuteraartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| peuteraartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van peuteren met het achtervoegsel -aar
Woordfamilie van peuteraar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| peuteraars | meervoud | peuteraar |
| peuteraartje | verkleinwoord | peuteraar |
| peuteraartjes | verkleinwoord meervoud | peuteraar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van peuteraar zijn vastgelegd.