peper
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈpepərBetekenis
- met een scherpe, hete smaak
- met een hete smaak
Hoe spreek je peper uit?
/ˈpepər/
Peper bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| e | veel |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- gemalen korrels (gedroogde bessen) van Piper nigrum met een scherpe, hete smaak
- rode, Spaanse ~: een vrucht van een plant uit het geslacht Capsicum met een hete smaak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pepers | meervoud |
| pepertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pepertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van peperen
- gebiedende wijs van peperen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van peperen
Vervoeging van peper
peperhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘specerij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220
Woordfamilie van peper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pepers | meervoud | peper |
| pepertje | verkleinwoord | peper |
| pepertjes | verkleinwoord meervoud | peper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van peper zijn vastgelegd.