peper-en-zoutstel
zelfstandig naamwoord ˌpepərɛnˈzɑutstɛlBetekenis
- een stel van twee vaatjes voor de eettafel, één voor de peper en één voor de zout
Hoe spreek je peper-en-zoutstel uit?
/ˌpepərɛnˈzɑutstɛl/
Peper-en-zoutstel bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| e | veel |
| ə | de |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| z | zon |
| ɑu | koud |
| t | tak |
| s | sok |
| l | land |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- twee bij elkaar passende vaatjes voor de eettafel, één voor peper en één voor zout
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| peper-en-zoutstellen | meervoud |
| peper-en-zoutstelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| peper-en-zoutstelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van "peper en zout" zn en stel zn , geschreven met koppeltekens volgens spellingregel 6.D
Woordfamilie van peper-en-zoutstel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| peper-en-zoutstellen | meervoud | peper-en-zoutstel |
| peper-en-zoutstelletjes | verkleinwoord meervoud | peper-en-zoutstel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van peper-en-zoutstel zijn vastgelegd.