ontketenen
werkwoord ɔntˈketənə(n)Betekenis
- een explosieve situatie veroorzaken, een heftig proces in gang zetten
Hoe spreek je ontketenen uit?
/ɔntˈketənən/
Ontketenen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| k | kat |
| e | veel |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ontketenen
ontketenenhele werkwoord — ontketendeverleden tijd enkelvoud — ontketendenverleden tijd meervoud — ontketendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ontketen | ontketende |
| jij | ontketent | ontketende |
| hij, zij, het | ontketent | ontketende |
| wij | ontketenen | ontketenden |
| jullie | ontketenen | ontketenden |
| zij | ontketenen | ontketenden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ontketend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ontketend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ontketend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ontketend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ontketend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ontketend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ontketend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ontketend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ontketend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ontketend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ontketend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ontketend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ontketend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ontketend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ontketend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontketend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ontketen | gebiedende wijs |
| ontketend | verleden tijd, deelwoord |
| ontketend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontketend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontketend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontketend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontketend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontketend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontketend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontketend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontketend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontketend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontketende | verleden tijd |
| ontketene | aanvoegende wijs |
| ontketenend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ontketend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ontketenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ontketenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ontketend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontketend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ontketend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontketend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ontketend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ontketend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ontketend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ontketend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ontketend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ontketend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ontketend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ontketend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ontketend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ontketend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ontketend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ontketend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ontketend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ontketend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ontketend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ontketend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ontketend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontketend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ontketend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ontketend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontketend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ontketend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ontketend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontketend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontketend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontketend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontketend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontketend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden ontketend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontketend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontketend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontketend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontketend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontketend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt ontketend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontketend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen ontketend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontketend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontketend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontketend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontketend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontketend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontketenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult ontketend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontketend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontketend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontketenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van ketenen met het voorvoegsel ont-.
Woordfamilie van ontketenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontketen | gebiedende wijs | ontketenen |
| ontketend | voltooid deelwoord | ontketenen |
| ontketende | verleden tijd | ontketenen |
| ontketenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ontketenen |
| ontketene | aanvoegende wijs | ontketenen |
| ontketenend | onvoltooid deelwoord | ontketenen |
| ontketenende | woordvorm | ontketenen |
| ontketent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ontketenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontketenen zijn vastgelegd.