Naar de inhoud

oscilleren

rond een vast punt heen en weer gaan van massa of energie

oscilleren

werkwoord

Betekenis

  1. rond een vast punt heen en weer gaan van massa of energie

Vervoeging van oscilleren

oscillerenhele werkwoord — oscilleerdeverleden tijd enkelvoud — oscilleerdenverleden tijd meervoud — geoscilleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik oscilleer oscilleerde
jij oscilleert oscilleerde
hij, zij, het oscilleert oscilleerde
wij oscilleren oscilleerden
jullie oscilleren oscilleerden
zij oscilleren oscilleerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geoscilleerd verleden tijd, deelwoord
geoscilleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geoscilleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geoscilleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geoscilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geoscilleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geoscilleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geoscilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geoscilleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geoscilleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geoscilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geoscilleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geoscilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geoscilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geoscilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geoscilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geoscilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geoscilleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
oscilleer gebiedende wijs
oscilleerde verleden tijd
oscillere aanvoegende wijs
oscillerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geoscilleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te oscilleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen oscilleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geoscilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geoscilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geoscilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geoscilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geoscilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geoscilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geoscilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geoscilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geoscilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geoscilleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geoscilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geoscilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geoscilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oscilleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geoscilleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult oscilleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘slingeren’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Woordfamilie van oscilleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geoscilleerd voltooid deelwoord oscilleren
oscilleer gebiedende wijs oscilleren
oscilleerde verleden tijd oscilleren
oscilleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon oscilleren
oscilleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon oscilleren
oscillere aanvoegende wijs oscilleren
oscillerend onvoltooid deelwoord oscilleren
oscillerende woordvorm oscilleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oscilleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over oscilleren

Wat betekent oscilleren?
Oscilleren is een werkwoord. Het woord betekent: rond een vast punt heen en weer gaan van massa of energie.
Hoe vervoeg je oscilleren?
Je vervoegt oscilleren als volgt: de tegenwoordige tijd is oscilleer, de verleden tijd is oscilleerde en het voltooid deelwoord is geoscilleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord oscilleren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. S 2
  3. C 5
  4. I 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

oscilleren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. S 2
  3. C 5
  4. I 2
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

oscilleren in het kort

oscilleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van oscilleren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort oscilleren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

oscilleren: rond een vast punt heen en weer gaan van massa of energie
Deel oscilleren — standaardnederlands.nl