Naar de inhoud

oreren

een toespraak houden

oreren

werkwoord

Betekenis

  1. een toespraak houden
  2. druk en met overdreven hoogdravendheid praten

Vervoeging van oreren

orerenhele werkwoord — oreerdeverleden tijd enkelvoud — oreerdenverleden tijd meervoud — georeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik oreer oreerde
jij oreert oreerde
hij, zij, het oreert oreerde
wij oreren oreerden
jullie oreren oreerden
zij oreren oreerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is georeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was georeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd georeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt georeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal georeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal georeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou georeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou georeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
georeerd verleden tijd, deelwoord
georeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
georeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had georeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had georeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had georeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden georeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden georeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden georeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt georeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb georeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben georeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben georeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben georeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben georeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt georeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft georeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft georeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
oreer gebiedende wijs
oreerde verleden tijd
orere aanvoegende wijs
orerend onvoltooid, deelwoord
te hebben georeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te oreren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen oreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal georeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal georeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal georeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal oreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal oreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou georeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou georeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou georeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou oreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou oreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden georeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden georeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden georeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt georeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen georeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen georeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen georeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen oreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult georeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult oreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van het Latijnse ōrāre met het achtervoegsel -eren . In de betekenis van ‘redevoering houden’ voor het eerst aangetroffen in 1561

Woordfamilie van oreren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
georeerd voltooid deelwoord oreren
oreer gebiedende wijs oreren
oreerde verleden tijd oreren
oreerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon oreren
oreert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon oreren
orere aanvoegende wijs oreren
orerend onvoltooid deelwoord oreren
orerende woordvorm oreren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oreren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over oreren

Wat is de betekenis van oreren?
Oreren is een werkwoord. De betekenis is: een toespraak houden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik oreren?
Zo vervoeg je oreren zo: de tegenwoordige tijd is oreer, de verleden tijd is oreerde en het voltooid deelwoord is georeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord oreren is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. R 2
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

oreren levert met Wordfeud minimaal 8 en maximaal 36 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. R 2
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 8 zonder bonus
  8. 36 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

oreren telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

oreren in het kort

oreren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van oreren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort oreren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

oreren: een toespraak houden
Deel oreren — standaardnederlands.nl