orgaan
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onderdeel van het organisme, samengesteld uit weefsel|weefsels die één of meerdere specifieke functies vervullen, en een macroscopisch of microscopisch afzonderlijk geheel vormt
- instelling, persoon, publicatie van een organisatie gebruikt als communicatiemiddel
- onderdeel van een organisatie of instelling
zelfstandig naamwoord — neuter
- onderdeel van het organisme, samengesteld uit weefsels die één of meerdere specifieke functies vervullen, en een macroscopisch of microscopisch afzonderlijk geheel vormt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| orgaantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| orgaantjes | verkleinwoord, meervoud |
| organen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘deel van levend organisme’ voor het eerst aangetroffen in 1466
Woordfamilie van orgaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| orgaantje | verkleinwoord | orgaan |
| orgaantjes | verkleinwoord meervoud | orgaan |
| organen | meervoud | orgaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van orgaan zijn vastgelegd.