Naar de inhoud

opvangen

vangen, zodat het ophoudt met vallen (- in zijn werking of gevolgen tenietdoen)

opvangen is meer dan één woord

opvangen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɔpfɑŋə(n)

Betekenis

  1. vangen, zodat het ophoudt met vallen (- in zijn werking of gevolgen tenietdoen)
  2. de zorg op zich nemen van iets en helpen bij de overgang naar een nieuwe situatie

Hoe spreek je opvangen uit?

/ˈɔpfɑŋən/

Opvangen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpfɑŋən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
f fiets
ɑ bad
ŋ ding
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. vangen, zodat het ophoudt met vallen (-> in zijn werking of gevolgen tenietdoen)
  2. gewaarworden

Vervoeging van opvangen

opvangenhele werkwoord — ving opverleden tijd enkelvoud — vingen opverleden tijd meervoud — opgevangenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vang op ving op
jij vangt op ving op
hij, zij, het vangt op ving op
wij vangen op vingen op
jullie vangen op vingen op
zij vangen op vingen op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgevangen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgevangen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgevangen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgevangen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgevangen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgevangen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgevangen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgevangen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgevangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgevangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgevangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgevangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgevangen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te vangen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen vangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal vangen bijzin, toekomende tijd
op zou vangen bijzin, voorwaardelijk
op zouden vangen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt vangen bijzin, voorwaardelijk
op zullen vangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen vangen bijzin, toekomende tijd
op zult vangen bijzin, toekomende tijd
opgevangen verleden tijd, deelwoord
opgevangen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgevangen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgevangen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevangen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevangen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevangen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgevangen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgevangen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgevangen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgevangen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opvang bijzin, tegenwoordige tijd
opvangend onvoltooid, deelwoord
opvangt bijzin, tegenwoordige tijd
opving bijzin, verleden tijd
opvingen bijzin, verleden tijd
te hebben opgevangen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opvangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vang op gebiedende wijs
ving op verleden tijd
waart opgevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgevangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgevangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgevangen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgevangen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgevangen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgevangen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgevangen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgevangen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevangen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgevangen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgevangen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevangen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opvangen bijzin, toekomende tijd
zijn opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgevangen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opvangen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opvangen op zou(dt) vangen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opvangen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgevangen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgevangen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgevangen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opvangen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgevangen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgevangen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgevangen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgevangen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgevangen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgevangen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgevangen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opvangen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opvangen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opvangen bijzin, toekomende tijd
zult opgevangen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord opvang

Herkomst

samenstelling van op bw en vangen ww

Woordfamilie van opvangen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgevangen voltooid deelwoord opvangen
opvange with-subordinate-clause opvangen
opvangend onvoltooid deelwoord opvangen
opvangende woordvorm opvangen
opvangt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opvangen
opving subordinate-clause, verleden tijd opvangen
opvingen subordinate-clause, verleden tijd opvangen
vang op gebiedende wijs opvangen
vange op woordvorm opvangen
vangen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opvangen
vangt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opvangen
ving op verleden tijd opvangen
vingen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opvangen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opvangen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over opvangen

Hoe spreek ik opvangen uit?
Zo spreek je opvangen uit: /ˈɔpfɑŋə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van opvangen?
Opvangen is een werkwoord. De betekenis is: vangen, zodat het ophoudt met vallen (- in zijn werking of gevolgen tenietdoen). In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik opvangen?
Zo vervoeg je opvangen zo: het voltooid deelwoord is opgevangen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opvangen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. V 4
  4. A 1
  5. N 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opvangen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. V 4
  4. A 1
  5. N 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opvangen in het kort

opvangen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van opvangen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort opvangen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

opvangen: vangen, zodat het ophoudt met vallen (- in zijn werking of gevolgen tenietdoen)
Deel opvangen — standaardnederlands.nl