Naar de inhoud

opnemen

in handen nemen

opnemen

werkwoord ˈɔpnemə(n)

Betekenis

  1. in handen nemen
  2. het resultaat vaststellen
  3. een plaats geven
  4. van de rekening afhalen en omzetten in contact geld
  5. opgespaarde vrije dagen gebruiken voor het vieren van een vakantie
  6. beginnen.
  7. bekijken.
  8. (beeld, geluid) registreren, vastleggen
  9. opvatten.
  10. het ~ opkomen.

Hoe spreek je opnemen uit?

/ˈɔpnemən/

Opnemen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔpnemən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
n nek
e veel
m maan
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. registreren, vastleggen transitive

Vervoeging van opnemen

opnemenhele werkwoord — nam opverleden tijd enkelvoud — namen opverleden tijd meervoud — opgenomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik neem op nam op
jij neemt op naamt op
hij, zij, het neemt op nam op
wij nemen op namen op
jullie nemen op namen op
zij nemen op namen op
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is opgenomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgenomen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgenomen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgenomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgenomen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgenomen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgenomen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgenomen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgenomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
nam op verleden tijd
neem op gebiedende wijs
op te nemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen nemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal nemen bijzin, toekomende tijd
op zou nemen bijzin, voorwaardelijk
op zouden nemen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt nemen bijzin, voorwaardelijk
op zullen nemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen nemen bijzin, toekomende tijd
op zult nemen bijzin, toekomende tijd
opgenomen verleden tijd, deelwoord
opgenomen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgenomen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opnaamt bijzin, verleden tijd
opnam bijzin, verleden tijd
opnamen bijzin, verleden tijd
opneem bijzin, tegenwoordige tijd
opneemt bijzin, tegenwoordige tijd
opnemend onvoltooid, deelwoord
te hebben opgenomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opnemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal opgenomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgenomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opnemen bijzin, toekomende tijd
zou opgenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opnemen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opnemen op zou(dt) nemen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opnemen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opnemen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgenomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgenomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opnemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opnemen bijzin, toekomende tijd
zult opgenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult opnemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult opnemen bijzin, toekomende tijd
zult/zal opnemen op zult/zal nemen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van op en nemen

Woordfamilie van opnemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
naamt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon opnemen
nam op verleden tijd opnemen
namen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opnemen
neem op gebiedende wijs opnemen
neemt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opnemen
neme op woordvorm opnemen
nemen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon opnemen
opgenomen voltooid deelwoord opnemen
opnam subordinate-clause, verleden tijd opnemen
opneem subordinate-clause, tegenwoordige tijd opnemen
opneemt subordinate-clause, tegenwoordige tijd opnemen
opneme with-subordinate-clause opnemen
opnemend onvoltooid deelwoord opnemen
opnemende woordvorm opnemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opnemen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over opnemen

Hoe spreek je opnemen uit?
De uitspraak van opnemen is: /ˈɔpnemə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent opnemen?
Opnemen is een werkwoord. Het woord betekent: in handen nemen. Deze pagina beschrijft 11 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je opnemen?
Je vervoegt opnemen als volgt: het voltooid deelwoord is opgenomen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opnemen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. N 1
  4. E 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opnemen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. N 1
  4. E 1
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

opnemen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

opnemen in het kort

opnemen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 11 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van opnemen zijn 55 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opnemen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opnemen: in handen nemen
Deel opnemen — standaardnederlands.nl