aannemen
werkwoord ˈanemə(n)Betekenis
- overnemen
- geloven
- goedkeuren
- adopteren
- een werk op de gestelde voorwaarden op zich nemen
- opnemen in een vereniging
- (protestants) toelaten tot alle rechten van de Kerk
- in dienst nemen
- een veronderstelling maken
Hoe spreek je aannemen uit?
/ˈanemən/
Aannemen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| e | veel |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- geloven [1], ervan uitgaan dat iets idd. zo is transitive
- een karwei onder bepaalde gestelde voorwaarden op zich nemen transitive
- opnemen in bijv. een vereniging transitive
- toelaten tot alle rechten van de Kerk transitive
- iemand in dienst nemen transitive
Vervoeging van aannemen
aannemenhele werkwoord — nam aanverleden tijd enkelvoud — namen aanverleden tijd meervoud — aangenomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | neem aan | nam aan |
| jij | neemt aan | naamt aan |
| hij, zij, het | neemt aan | nam aan |
| wij | nemen aan | namen aan |
| jullie | nemen aan | namen aan |
| zij | nemen aan | namen aan |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te nemen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen nemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal nemen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen nemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen nemen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult nemen | bijzin, toekomende tijd |
| aangenomen | verleden tijd, deelwoord |
| aangenomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangenomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangenomen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangenomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangenomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangenomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangenomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangenomen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangenomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangenomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aannaamt | bijzin, verleden tijd |
| aannam | bijzin, verleden tijd |
| aannamen | bijzin, verleden tijd |
| aanneem | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanneemt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aannemend | onvoltooid, deelwoord |
| ben aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangenomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangenomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangenomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangenomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangenomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangenomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangenomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangenomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangenomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nam aan | verleden tijd |
| neem aan | gebiedende wijs |
| te hebben aangenomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aannemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangenomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangenomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangenomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangenomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aannemen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangenomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aannemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aannemen aan zou(dt) nemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aannemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangenomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangenomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aannemen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangenomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangenomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangenomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aannemen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aannemen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aannemen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van aan en nemen
Woordfamilie van aannemen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aannam | subordinate-clause, verleden tijd | aannemen |
| aanneem | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aannemen |
| aanneemt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aannemen |
| aanneme | with-subordinate-clause | aannemen |
| aannemend | onvoltooid deelwoord | aannemen |
| aannemende | woordvorm | aannemen |
| naamt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | aannemen |
| nam aan | verleden tijd | aannemen |
| namen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aannemen |
| neem aan | gebiedende wijs | aannemen |
| neemt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aannemen |
| neme aan | woordvorm | aannemen |
| nemen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aannemen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aannemen zijn vastgelegd.