Naar de inhoud

aannemen

overnemen

aannemen

werkwoord ˈanemə(n)

Betekenis

  1. overnemen
  2. geloven
  3. goedkeuren
  4. adopteren
  5. een werk op de gestelde voorwaarden op zich nemen
  6. opnemen in een vereniging
  7. (protestants) toelaten tot alle rechten van de Kerk
  8. in dienst nemen
  9. een veronderstelling maken

Hoe spreek je aannemen uit?

/ˈanemən/

Aannemen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanemən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
e veel
m maan
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. geloven [1], ervan uitgaan dat iets idd. zo is transitive
  2. een karwei onder bepaalde gestelde voorwaarden op zich nemen transitive
  3. opnemen in bijv. een vereniging transitive
  4. toelaten tot alle rechten van de Kerk transitive
  5. iemand in dienst nemen transitive

Vervoeging van aannemen

aannemenhele werkwoord — nam aanverleden tijd enkelvoud — namen aanverleden tijd meervoud — aangenomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik neem aan nam aan
jij neemt aan naamt aan
hij, zij, het neemt aan nam aan
wij nemen aan namen aan
jullie nemen aan namen aan
zij nemen aan namen aan
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te nemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen nemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal nemen bijzin, toekomende tijd
aan zou nemen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden nemen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt nemen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen nemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen nemen bijzin, toekomende tijd
aan zult nemen bijzin, toekomende tijd
aangenomen verleden tijd, deelwoord
aangenomen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangenomen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangenomen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangenomen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangenomen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangenomen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangenomen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangenomen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangenomen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangenomen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aannaamt bijzin, verleden tijd
aannam bijzin, verleden tijd
aannamen bijzin, verleden tijd
aanneem bijzin, tegenwoordige tijd
aanneemt bijzin, tegenwoordige tijd
aannemend onvoltooid, deelwoord
ben aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangenomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangenomen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangenomen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangenomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangenomen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangenomen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangenomen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangenomen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangenomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
nam aan verleden tijd
neem aan gebiedende wijs
te hebben aangenomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aannemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangenomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangenomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangenomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangenomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangenomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangenomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangenomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangenomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangenomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aannemen bijzin, toekomende tijd
zijn aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangenomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aannemen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aannemen aan zou(dt) nemen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aannemen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangenomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangenomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangenomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aannemen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangenomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangenomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangenomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangenomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangenomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangenomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangenomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aannemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aannemen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aannemen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aan en nemen

Woordfamilie van aannemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aannam subordinate-clause, verleden tijd aannemen
aanneem subordinate-clause, tegenwoordige tijd aannemen
aanneemt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aannemen
aanneme with-subordinate-clause aannemen
aannemend onvoltooid deelwoord aannemen
aannemende woordvorm aannemen
naamt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon aannemen
nam aan verleden tijd aannemen
namen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aannemen
neem aan gebiedende wijs aannemen
neemt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aannemen
neme aan woordvorm aannemen
nemen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aannemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aannemen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aannemen

Hoe spreek ik aannemen uit?
Zo spreek je aannemen uit: /ˈanemə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aannemen?
Aannemen is een werkwoord. De betekenis is: overnemen. In totaal staan er 14 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aannemen?
Zo vervoeg je aannemen zo: het voltooid deelwoord is aangenomen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aannemen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aannemen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 10 zonder bonus
  10. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aannemen in het kort

aannemen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 14 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aannemen staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aannemen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aannemen: overnemen
Deel aannemen — standaardnederlands.nl