Naar de inhoud

onderuitzakken

overgaan van een zittende in een meer liggende houding

onderuitzakken

werkwoord

Betekenis

  1. overgaan van een zittende in een meer liggende houding
  2. afwachtend nietsdoen; luierend zitten

Vervoeging van onderuitzakken

onderuitzakkenhele werkwoord — zakte onderuitverleden tijd enkelvoud — zakten onderuitverleden tijd meervoud — onderuitgezaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zak onderuit zakte onderuit
jij zakt onderuit zakte onderuit
hij, zij, het zakt onderuit zakte onderuit
wij zakken onderuit zakten onderuit
jullie zakken onderuit zakten onderuit
zij zakken onderuit zakten onderuit
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben onderuitgezakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent onderuitgezakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is onderuitgezakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is onderuitgezakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
onderuit te zakken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onderuit te zullen zakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderuit zal zakken bijzin, toekomende tijd
onderuit zou zakken bijzin, voorwaardelijk
onderuit zouden zakken bijzin, voorwaardelijk
onderuit zoudt zakken bijzin, voorwaardelijk
onderuit zullen zakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderuit zullen zakken bijzin, toekomende tijd
onderuit zult zakken bijzin, toekomende tijd
onderuitgezakt verleden tijd, deelwoord
onderuitgezakt te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderuitgezakt zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderuitzak bijzin, tegenwoordige tijd
onderuitzakkend onvoltooid, deelwoord
onderuitzakt bijzin, tegenwoordige tijd
onderuitzakte bijzin, verleden tijd
onderuitzakten bijzin, verleden tijd
te zijn onderuitgezakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onderuitzakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart onderuitgezakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onderuitgezakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren onderuitgezakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onderuitgezakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was onderuitgezakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was onderuitgezakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was onderuitgezakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
zak onderuit gebiedende wijs
zakte onderuit verleden tijd
zal onderuitgezakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderuitgezakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal onderuitgezakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal onderuitzakken bijzin, toekomende tijd
zijn onderuitgezakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn onderuitgezakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn onderuitgezakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn onderuitgezakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt onderuitgezakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou onderuitgezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderuitgezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderuitgezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou onderuitzakken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) onderuitzakken onderuit zou(dt) zakken bijzin, voorwaardelijk
zouden onderuitgezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onderuitgezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onderuitgezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden onderuitzakken bijzin, voorwaardelijk
zoudt onderuitgezakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt onderuitzakken bijzin, voorwaardelijk
zullen onderuitgezakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen onderuitgezakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen onderuitgezakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onderuitzakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen onderuitzakken bijzin, toekomende tijd
zult onderuitgezakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onderuitzakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult onderuitzakken bijzin, toekomende tijd
zult/zal onderuitzakken onderuit zult/zal zakken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van onderuit bw en zakken ww

Woordfamilie van onderuitzakken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
onderuitgezakt voltooid deelwoord onderuitzakken
onderuitzak subordinate-clause, tegenwoordige tijd onderuitzakken
onderuitzakke with-subordinate-clause onderuitzakken
onderuitzakkend onvoltooid deelwoord onderuitzakken
onderuitzakkende woordvorm onderuitzakken
onderuitzakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd onderuitzakken
onderuitzakte subordinate-clause, verleden tijd onderuitzakken
onderuitzakten subordinate-clause, verleden tijd onderuitzakken
zak onderuit gebiedende wijs onderuitzakken
zakke onderuit woordvorm onderuitzakken
zakken onderuit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon onderuitzakken
zakt onderuit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon onderuitzakken
zakte onderuit verleden tijd onderuitzakken
zakten onderuit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon onderuitzakken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderuitzakken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over onderuitzakken

Wat betekent onderuitzakken?
Onderuitzakken is een werkwoord. Het woord betekent: overgaan van een zittende in een meer liggende houding. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je onderuitzakken?
Je vervoegt onderuitzakken als volgt: het voltooid deelwoord is onderuitgezakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord onderuitzakken is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. U 4
  7. I 1
  8. T 2
  9. Z 4
  10. A 1
  11. K 3
  12. K 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

onderuitzakken levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. U 2
  7. I 2
  8. T 2
  9. Z 5
  10. A 1
  11. K 3
  12. K 3
  13. E 1
  14. N 1
  15. 27 zonder bonus
  16. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

onderuitzakken in het kort

onderuitzakken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van onderuitzakken zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort onderuitzakken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

onderuitzakken: overgaan van een zittende in een meer liggende houding
Deel onderuitzakken — standaardnederlands.nl