onderuitzakken
werkwoordBetekenis
- overgaan van een zittende in een meer liggende houding
- afwachtend nietsdoen; luierend zitten
Vervoeging van onderuitzakken
onderuitzakkenhele werkwoord — zakte onderuitverleden tijd enkelvoud — zakten onderuitverleden tijd meervoud — onderuitgezaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zak onderuit | zakte onderuit |
| jij | zakt onderuit | zakte onderuit |
| hij, zij, het | zakt onderuit | zakte onderuit |
| wij | zakken onderuit | zakten onderuit |
| jullie | zakken onderuit | zakten onderuit |
| zij | zakken onderuit | zakten onderuit |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben onderuitgezakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onderuitgezakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is onderuitgezakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onderuitgezakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onderuit te zakken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderuit te zullen zakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderuit zal zakken | bijzin, toekomende tijd |
| onderuit zou zakken | bijzin, voorwaardelijk |
| onderuit zouden zakken | bijzin, voorwaardelijk |
| onderuit zoudt zakken | bijzin, voorwaardelijk |
| onderuit zullen zakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderuit zullen zakken | bijzin, toekomende tijd |
| onderuit zult zakken | bijzin, toekomende tijd |
| onderuitgezakt | verleden tijd, deelwoord |
| onderuitgezakt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderuitgezakt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderuitzak | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderuitzakkend | onvoltooid, deelwoord |
| onderuitzakt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderuitzakte | bijzin, verleden tijd |
| onderuitzakten | bijzin, verleden tijd |
| te zijn onderuitgezakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderuitzakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onderuitgezakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderuitgezakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onderuitgezakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderuitgezakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onderuitgezakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onderuitgezakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onderuitgezakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zak onderuit | gebiedende wijs |
| zakte onderuit | verleden tijd |
| zal onderuitgezakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderuitgezakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderuitgezakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderuitzakken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn onderuitgezakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn onderuitgezakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onderuitgezakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onderuitgezakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onderuitgezakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onderuitgezakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderuitgezakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderuitgezakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderuitzakken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) onderuitzakken onderuit zou(dt) zakken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden onderuitgezakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderuitgezakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderuitgezakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderuitzakken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt onderuitgezakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderuitzakken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen onderuitgezakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderuitgezakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderuitgezakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderuitzakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderuitzakken | bijzin, toekomende tijd |
| zult onderuitgezakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderuitzakken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult onderuitzakken | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal onderuitzakken onderuit zult/zal zakken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van onderuit bw en zakken ww
Woordfamilie van onderuitzakken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderuitgezakt | voltooid deelwoord | onderuitzakken |
| onderuitzak | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | onderuitzakken |
| onderuitzakke | with-subordinate-clause | onderuitzakken |
| onderuitzakkend | onvoltooid deelwoord | onderuitzakken |
| onderuitzakkende | woordvorm | onderuitzakken |
| onderuitzakt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | onderuitzakken |
| onderuitzakte | subordinate-clause, verleden tijd | onderuitzakken |
| onderuitzakten | subordinate-clause, verleden tijd | onderuitzakken |
| zak onderuit | gebiedende wijs | onderuitzakken |
| zakke onderuit | woordvorm | onderuitzakken |
| zakken onderuit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | onderuitzakken |
| zakt onderuit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onderuitzakken |
| zakte onderuit | verleden tijd | onderuitzakken |
| zakten onderuit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onderuitzakken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderuitzakken zijn vastgelegd.