onderuithalen
werkwoord /ɔndə'rʌʏ̭txəɦalt/Betekenis
- iemand ten val brengen
- overdrachtelijk: iets ontkrachten
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Hoe spreek je onderuithalen uit?
/ɔndəˈrʌʏ̭txəhalt/
Onderuithalen bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ʏ | put |
| t | tak |
| x | acht |
| h | hoed |
| a | maan |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van onderuithalen
onderuithalenhele werkwoord — haalde onderuitverleden tijd enkelvoud — haalden onderuitverleden tijd meervoud — onderuitgehaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | haal onderuit | haalde onderuit |
| jij | haalt onderuit | haalde onderuit |
| hij, zij, het | haalt onderuit | haalde onderuit |
| wij | halen onderuit | haalden onderuit |
| jullie | halen onderuit | haalden onderuit |
| zij | halen onderuit | haalden onderuit |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is onderuitgehaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onderuitgehaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onderuitgehaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onderuitgehaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onderuitgehaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onderuitgehaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onderuitgehaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onderuitgehaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| haal onderuit | gebiedende wijs |
| haalde onderuit | verleden tijd |
| had onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderuitgehaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onderuit te halen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderuit te zullen halen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderuit zal halen | bijzin, toekomende tijd |
| onderuit zou halen | bijzin, voorwaardelijk |
| onderuit zouden halen | bijzin, voorwaardelijk |
| onderuit zoudt halen | bijzin, voorwaardelijk |
| onderuit zullen halen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderuit zullen halen | bijzin, toekomende tijd |
| onderuit zult halen | bijzin, toekomende tijd |
| onderuitgehaald | verleden tijd, deelwoord |
| onderuitgehaald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderuitgehaald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderuitgehaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderuitgehaald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderuitgehaald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderuitgehaald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderuitgehaald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderuitgehaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderuitgehaald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderuitgehaald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderuithaal | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderuithaalde | bijzin, verleden tijd |
| onderuithaalden | bijzin, verleden tijd |
| onderuithaalt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderuithalend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben onderuitgehaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderuithalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onderuitgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt onderuitgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal onderuitgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderuitgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderuitgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderuitgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderuitgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal onderuitgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderuitgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderuithalen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onderuitgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onderuitgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderuitgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderuitgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderuitgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderuitgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou onderuitgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderuitgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderuitgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderuitgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderuithalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) onderuithalen onderuit zou(dt) halen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden onderuitgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderuitgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderuitgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderuitgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderuitgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderuitgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderuitgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderuitgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderuitgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderuithalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt onderuitgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderuitgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderuitgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderuithalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen onderuitgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderuitgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderuitgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderuitgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderuitgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderuitgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderuitgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderuitgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderuitgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderuithalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderuithalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderuithalen | bijzin, toekomende tijd |
| zult onderuitgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onderuit bw en halen ww
Woordfamilie van onderuithalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haal onderuit | gebiedende wijs | onderuithalen |
| haalde onderuit | verleden tijd | onderuithalen |
| haalden onderuit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onderuithalen |
| haalt onderuit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onderuithalen |
| hale onderuit | woordvorm | onderuithalen |
| halen onderuit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | onderuithalen |
| onderuitgehaald | voltooid deelwoord | onderuithalen |
| onderuitgehaalde | woordvorm | onderuithalen |
| onderuithaal | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | onderuithalen |
| onderuithaalde | subordinate-clause, verleden tijd | onderuithalen |
| onderuithaalden | subordinate-clause, verleden tijd | onderuithalen |
| onderuithaalt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | onderuithalen |
| onderuithale | with-subordinate-clause | onderuithalen |
| onderuithalend | onvoltooid deelwoord | onderuithalen |
| onderuithalende | woordvorm | onderuithalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderuithalen zijn vastgelegd.