omkeren
werkwoord ˈɔmkerə(n)Betekenis
Hoe spreek je omkeren uit?
/ˈɔmkerən/
Omkeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| k | kat |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van omkeren
omkerenhele werkwoord — keerde omverleden tijd enkelvoud — keerden omverleden tijd meervoud — omgekeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | keer om | keerde om |
| jij | keert om | keerde om |
| hij, zij, het | keert om | keerde om |
| wij | keren om | keerden om |
| jullie | keren om | keerden om |
| zij | keren om | keerden om |
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omgekeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omgekeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omgekeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omgekeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omgekeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omgekeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omgekeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omgekeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omgekeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omgekeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omgekeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omgekeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omgekeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omgekeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omgekeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgekeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| keer om | gebiedende wijs |
| keer u/je om, keert je om | gebiedende wijs |
| keerde om | verleden tijd |
| om te keren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen keren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal keren | bijzin, toekomende tijd |
| om zou keren | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden keren | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt keren | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen keren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen keren | bijzin, toekomende tijd |
| om zult keren | bijzin, toekomende tijd |
| omgekeerd | verleden tijd, deelwoord |
| omgekeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgekeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgekeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgekeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgekeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgekeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgekeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgekeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgekeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgekeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omkeer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omkeerde | bijzin, verleden tijd |
| omkeerden | bijzin, verleden tijd |
| omkeert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omkerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben omgekeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omkeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omgekeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgekeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgekeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgekeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgekeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgekeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgekeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omgekeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me omkeren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal omgekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omgekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omgekeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgekeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omkeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omkeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omkeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omkeren | bijzin, toekomende tijd |
| zal zich omkeren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je omkeren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich omgekeerd hebben | verleden tijd |
| zich omkerend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgekeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omgekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omgekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omkeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omkeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omkeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omkeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omkeren om zou(dt) keren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omgekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omgekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omkeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omkeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omkeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omkeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgekeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgekeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omkeren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omkeren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen je omkeren | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen omgekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgekeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omgekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omgekeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgekeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgekeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordfamilie van omkeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| keer om | gebiedende wijs | omkeren |
| keerde om | verleden tijd | omkeren |
| keerden om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omkeren |
| keert om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omkeren |
| kere om | woordvorm | omkeren |
| keren om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omkeren |
| omkeer | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omkeren |
| omkeerde | subordinate-clause, verleden tijd | omkeren |
| omkeerden | subordinate-clause, verleden tijd | omkeren |
| omkeert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omkeren |
| omkere | with-subordinate-clause | omkeren |
| omkerend | onvoltooid deelwoord | omkeren |
| omkerende | woordvorm | omkeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omkeren zijn vastgelegd.