Naar de inhoud

doorbuigen

tot een boog vervormen door een opgelegd gewicht

doorbuigen

werkwoord

Betekenis

  1. tot een boog vervormen door een opgelegd gewicht

Vervoeging van doorbuigen

doorbuigenhele werkwoord — boog doorverleden tijd enkelvoud — bogen doorverleden tijd meervoud — doorgebogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik buig door boog door
jij buigt door boog door
hij, zij, het buigt door boog door
wij buigen door bogen door
jullie buigen door bogen door
zij buigen door bogen door
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
boog door verleden tijd
buig door gebiedende wijs
door te buigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen buigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal buigen bijzin, toekomende tijd
door zou buigen bijzin, voorwaardelijk
door zouden buigen bijzin, voorwaardelijk
door zoudt buigen bijzin, voorwaardelijk
door zullen buigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen buigen bijzin, toekomende tijd
door zult buigen bijzin, toekomende tijd
doorbogen bijzin, verleden tijd
doorboog bijzin, verleden tijd
doorbuig bijzin, tegenwoordige tijd
doorbuigend onvoltooid, deelwoord
doorbuigt bijzin, tegenwoordige tijd
doorgebogen verleden tijd, deelwoord
doorgebogen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgebogen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgebogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgebogen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgebogen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgebogen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgebogen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgebogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgebogen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgebogen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
er is doorgebogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doorgebogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doorgebogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doorgebogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doorgebogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgebogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doorgebogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgebogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doorgebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doorgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doorgebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doorgebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doorgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doorgebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doorgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgebogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben doorgebogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doorbuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doorgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgebogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorgebogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorgebogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgebogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doorbuigen bijzin, toekomende tijd
zal doorgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doorgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doorgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doorgebogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doorgebogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt doorgebogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou doorbuigen bijzin, voorwaardelijk
zou doorgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou doorgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou doorgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou doorgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou doorgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) doorbuigen door zou(dt) buigen bijzin, voorwaardelijk
zouden doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden doorbuigen bijzin, voorwaardelijk
zouden doorgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doorgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doorgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doorgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden doorgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden doorgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt doorbuigen bijzin, voorwaardelijk
zoudt doorgebogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt doorgebogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen doorbuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen doorbuigen bijzin, toekomende tijd
zullen doorgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgebogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doorgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doorgebogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen doorgebogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen doorgebogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen doorgebogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult doorbuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van door en buigen

Woordfamilie van doorbuigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bogen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doorbuigen
boog door verleden tijd doorbuigen
buig door gebiedende wijs doorbuigen
buige door woordvorm doorbuigen
buigen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doorbuigen
buigt door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doorbuigen
doorbogen subordinate-clause, verleden tijd doorbuigen
doorboog subordinate-clause, verleden tijd doorbuigen
doorbuig subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorbuigen
doorbuige with-subordinate-clause doorbuigen
doorbuigend onvoltooid deelwoord doorbuigen
doorbuigende woordvorm doorbuigen
doorbuigt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doorbuigen
doorgebogen voltooid deelwoord doorbuigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doorbuigen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doorbuigen

Wat is de betekenis van doorbuigen?
Doorbuigen is een werkwoord. De betekenis is: tot een boog vervormen door een opgelegd gewicht.
Hoe vervoeg ik doorbuigen?
Zo vervoeg je doorbuigen zo: het voltooid deelwoord is doorgebogen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doorbuigen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. B 3
  6. U 4
  7. I 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doorbuigen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. B 4
  6. U 2
  7. I 2
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doorbuigen in het kort

doorbuigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van doorbuigen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort doorbuigen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

doorbuigen: tot een boog vervormen door een opgelegd gewicht
Deel doorbuigen — standaardnederlands.nl