nummer
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈnʏmərBetekenis
- een aanduiding met een getal
- lied
Hoe spreek je nummer uit?
/ˈnʏmər/
Nummer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ʏ | put |
| m | maan |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- verkorting van telefoonnummer
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nummers | meervoud |
| nummertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nummertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nummeren
- gebiedende wijs van nummeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nummeren
Vervoeging van nummer
nummerhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘cijfer’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van nummer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nummers | meervoud | nummer |
| nummertje | verkleinwoord | nummer |
| nummertjes | verkleinwoord meervoud | nummer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nummer zijn vastgelegd.