nummeren
werkwoordBetekenis
- een uniek getal aan iets hechten, gewoonlijk in oplopende rangorde
Vervoeging van nummeren
nummerenhele werkwoord — nummerdeverleden tijd enkelvoud — nummerdenverleden tijd meervoud — genummerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | nummer | nummerde |
| jij | nummert | nummerde |
| hij, zij, het | nummert | nummerde |
| wij | nummeren | nummerden |
| jullie | nummeren | nummerden |
| zij | nummeren | nummerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is genummerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was genummerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd genummerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt genummerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal genummerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal genummerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou genummerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou genummerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| genummerd | verleden tijd, deelwoord |
| genummerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genummerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genummerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genummerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genummerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genummerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genummerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genummerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genummerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genummerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had genummerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had genummerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had genummerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden genummerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden genummerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden genummerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt genummerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genummerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nummer | gebiedende wijs |
| nummerde | verleden tijd |
| nummere | aanvoegende wijs |
| nummerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben genummerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te nummeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nummeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart genummerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genummerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren genummerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genummerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was genummerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was genummerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was genummerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd genummerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd genummerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd genummerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden genummerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden genummerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden genummerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt genummerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word genummerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden genummerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden genummerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden genummerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt genummerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt genummerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal genummerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genummerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genummerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal genummerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genummerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt genummerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou genummerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genummerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genummerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genummerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genummerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genummerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden genummerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genummerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genummerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genummerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genummerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genummerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt genummerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genummerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen genummerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genummerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genummerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genummerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genummerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genummerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nummeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult genummerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genummerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genummerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult nummeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van nummer met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van nummeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genummerd | voltooid deelwoord | nummeren |
| nummerde | verleden tijd | nummeren |
| nummerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nummeren |
| nummere | aanvoegende wijs | nummeren |
| nummerend | onvoltooid deelwoord | nummeren |
| nummerende | woordvorm | nummeren |
| nummert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | nummeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nummeren zijn vastgelegd.